NJ 1939/332
Levensonderhoud na echtscheiding. Moet eerst het vermogen worden te gelde gemaakt, alvorens aanspraak op onderhoud te kunnen doen gelden?
HR 18-11-1938, ECLI:NL:HR:1938:16
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 1938
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, van Gelein Vitringa, Fick, Nypels, Meckmann
- Zaaknummer
[18111938/NJ_1939-332]
- Conclusie
Mr. Berger
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1938:16, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑1938
- Wetingang
(BW art. 280.)
Essentie
Levensonderhoud na echtscheiding. Moet eerst het vermogen worden te gelde gemaakt, alvorens aanspraak op onderhoud te kunnen doen gelden?
Samenvatting
De wet laat eene uitkeering toe, ook wanneer wel vermogen aanwezig is, doch de daaruit voortvloeiende inkomsten niet genoegzaam zijn tot het levensonderhoud van den betrokken echtgenoot. In art. 380 B. W. is dan ook geenszins te lezen, dat te gelde maken van het vermogen moet geschieden, alvorens de andere echtgenoot tot eene uitkeering kan worden verplicht.
Partij(en)
H. A. B., wonende te Soest, eischer tot cassatie van het tusschen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.