NJB 2026/816
Ernstige schending van de verkeersregels tijdens een achtervolging door de politie van de verdachte die reed in een bedrijfsauto waardoor ‘levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’, art. 5a lid 1 WVW: vastgesteld moet worden of dit gevaar naar algemene ervaringsregels te voorzien was. Van het duchten van zulk gevaar kan ook sprake zijn als het gedrag waarmee de verkeersregels in ernstige mate is geschonden, met zich brengt dat de bestuurder van het voertuig niet in staat kan worden geacht steeds adequaat te reageren op de aanwezigheid en het verkeersgedrag van andere verkeersdeelnemers.
HR 07-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:560
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 april 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
24/00396
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:560, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:187, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑03‑2026
- Wetingang
(art. 5a WVW)
Essentie
Ernstige schending van de verkeersregels tijdens een achtervolging door de politie van de verdachte die reed in een bedrijfsauto waardoor ‘levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’, art. 5a lid 1 WVW: vastgesteld moet worden of dit gevaar naar algemene ervaringsregels te voorzien was. Van het duchten van zulk gevaar kan ook sprake zijn als het gedrag waarmee de verkeersregels in ernstige mate is geschonden, met zich brengt dat de bestuurder van het voertuig niet in staat kan worden geacht steeds adequaat te reageren op de aanwezigheid en het verkeersgedrag van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.