NJB 2020/900
Bij een besluit dat strekt tot weigering van een vergunning is in beginsel slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Het belang van een derde kan er in bepaalde gevallen echter toe leiden dat dit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt, bijvoorbeeld als hij in een aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend eigen belang wordt geraakt. In dit geval, waarin de exploitant van een verblijfsrecreatiepark omgevingsvergunning is geweigerd voor het oprichten van chalets op het park, doet zich niet zo’n situatie voor ten aanzien van het verkoop- en verhuurbedrijf voor de kavels en chalets op het park
RvS 11-03-2020, ECLI:NL:RVS:2020:642
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 maart 2020
- Magistraten
Mrs. Van der Beek-Gillessen, Troostwijk en Drop
- Zaaknummer
201902308/1/A1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:642, Uitspraak, Raad van State, 11‑03‑2020
- Wetingang
(art. 1:2 Algemene wet bestuursrecht)
Essentie
Bij een besluit dat strekt tot weigering van een vergunning is in beginsel slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Het belang van een derde kan er in bepaalde gevallen echter toe leiden dat dit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt, bijvoorbeeld als hij in een aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend eigen belang wordt geraakt. In dit geval, waarin de exploitant van een verblijfsrecreatiepark omgevingsvergunning is geweigerd voor het oprichten van chalets op het park, doet zich niet zo’n situatie voor ten aanzien van het verkoop- en verhuurbedrijf voor de kavels en chalets op het park ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.