Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.3.1:14.3.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.3.1
14.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498357:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kristen e.a. 2011, p. 213, waarin hetzelfde onderscheid in fiscale verplichtingen wordt gemaakt.
Wortel 1992, p. 43. Hierbij teken ik aan dat als de wettelijke beschrijving erop duidt dat de maatregel louter reparatoir is bedoeld, maar in zijn uitwerking niet zuiver reparatoir is, dan nog steeds sprake kan zijn van een sanctie.
Maathuis/Valkenburg 1995, p. 19.
Oostenbrink 1967, p. 10.
Zie § 14.5.2.5 hierna.
Deze notie vloeit rechtstreeks voort uit de onschuldpresumptie, zoals onder meer vastgelegd in art. 6, lid 2 EVRM.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het nalevingstoezicht steunt de handhaving van de belastingwet zoals gezegd in hoofdzaak op de sancties die zijn gesteld op de niet-nakoming van fiscale verplichtingen, te weten de aangifteplicht, de bijkomende (informatie)verplichtingen en de plicht tot het betalen van belasting.1 Sancties zijn maatregelen die beoordeeld naar de wettelijke beschrijving niet beogen louter reparatoir te zijn.2 Beoordeeld naar hun doel onderscheiden sancties zich van andere rechtsfiguren doordat zij hun bestaansrecht uitsluitend ontlenen aan de (te handhaven) rechtsnorm waarvoor zij in het leven zijn geroepen.3 Sommige sancties (te weten bestuurlijke sancties) kunnen zonder tussenkomst van derden, in het bijzonder zonder rechterlijke machtiging, door een bestuursorgaan zelf worden opgelegd.4 De beoordeling daarvan door de rechter vindt achteraf plaats op initiatief van degene die is bestraft.
Bestuurlijke en strafrechtelijke sancties
Beperk ik mij tot belastingzaken, dan vallen de bestuurlijke sancties die zijn gesteld op de niet-nakoming van de zo-even genoemde verplichtingen uiteen in de (processuele) sanctie van omkering van de bewijslast en bestuurlijke boetes (zie § 14.3.2). Zowel de omkering van de bewijslast als (fiscaal) bestuurlijke boetes steunen op een door de inspecteur te nemen beschikking. De strafrechtelijke sancties vallen uiteen in de geldboete, taak- en gevangenisstraf (§ 14.3.3). Deze sancties worden (in de regel) opgelegd door de rechter. Het OM en het bestuur van de Belastingdienst kunnen fiscale delicten ook buitengerechtelijk afdoen.5
Geen rechtstreekse relatie sanctieoplegging en heffingstaak Belastingdienst
Aan het opleggen van een sanctie zal in de regel (gericht) onderzoek voorafgaan. Het boete- en strafvorderlijk onderzoek in belastingzaken geven uitdrukking aan de notie dat de overheid geen boetes of andere straffen mag opleggen, wanneer het bewijs daarvoor ontbreekt.6 Tijdens het boete- en strafvorderlijk onderzoek wordt onderzocht dan wel geverifieerd of sprake is van een overtreding van een fiscaal voorschrift ofwel het voor de boete- of strafoplegging vereiste bewijs vergaard. Anders dan geldt voor het nalevingstoezicht heeft de handhaving van de belastingwet door middel van (wettelijke) sanctionering dan ook geen (rechtstreekse) relatie met de heffingstaak van de Belastingdienst.