RFR 2015/22
Huwelijksvermogensrecht. Is er sprake van een rechtsgeldig facultatief finaal verrekenbeding en hoe dient dit te worden uitgelegd?
Hof 's-Hertogenbosch 11-11-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:4672
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
11 november 2014
- Magistraten
Mrs. W.Th.M. Raab, G.J. Vossestein, J.U.M. van der Werff
- Zaaknummer
HD 200.136.513/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS919862:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2015:2759, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 21‑07‑2015
ECLI:NL:GHSHE:2014:4672, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 11‑11‑2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:829, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 25‑03‑2014
- Wetingang
Art. 1:132, 6:248 BW
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Verrekenbeding.
Is er sprake van een rechtsgeldig facultatief finaal verrekenbeding en hoe dient dit te worden uitgelegd?
Samenvatting
Partijen zijn met elkaar onder huwelijkse voorwaarden gehuwd. Zij hebben in hun huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding opgenomen alsmede de bepaling dat zij bij het einde van het huwelijk door echtscheiding kunnen verlangen dat afgerekend wordt alsof tussen de echtgenoten algehele gemeenschap van goederen heeft bestaan. Partijen hebben nimmer uitvoering gegeven aan het verrekenbeding. Tussen partijen is de echtscheiding uitgesproken. Zij hebben een procedure gevoerd in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De rechtbank was met de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.