Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.2.4
1.2.4 Samengestelde zaken
mr. J.C.T.F. Lokin , datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644790:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
D. 41, 3, 30 pr. (Pomponius): alterum, quod ex contingentibus, hoc est pluribus inter se cohaerentibus constat, quod sunymmenon vocatur, ut aedificium navis armarium. “Een tweede (soort) die uit onderdelen, dat wil zeggen uit verscheidene met elkaar samenhangende bestanddelen, bestaat en die (in het Grieks) ‘samengestelde zaak’ wordt genoemd, bijvoorbeeld een gebouw, een schip of een kast”. Zie ook: Windscheid I (1891), p. 396-397; Dernburg I (1902), p. 157.
D. 19, 1, 17, 10 (Ulpianus): “Ea, quae ex aedificio detracta sunt ut reponantur, aedificii sunt; at quae parata sunt ut imponantur, non sunt aedificii.”
D. 19, 1, 18, 1 (Javolenus): “Tegulae, quae nondum aedificiis impositae sunt, quamvis tegendi gratia allatae sunt, in rutis et caesis habentur: aliud iuris est in his, quae detractae sunt ut reponerentur: aedibus enim accedunt.” “Dakpannen die nog niet op het gebouw zijn aangebracht, worden gerekend tot wat gedolven en geveld is, ook al zijn ze voor de dakbedekking aangevoerd.” Rechtens geldt dus iets anders voor die welke zijn weggenomen om weer herplaatst te worden; dan vallen ze immers onder het bouwwerk.
D. 19, 1, 17, 10 (Ulpianus): “At quae parata sunt ut imponantur, non sunt aedificii.” “Maar wat in gereedheid is gebracht om het er te installeren, behoort niet tot het gebouw”.
Daarnaast konden zaken bestaan uit verschillende met elkaar samenhangende onderdelen, die tezamen door verbinding een samengestelde eenheidszaak vormden (ex contingentibus), zoals bijvoorbeeld een gebouw, een schip of een kast.1 Vormden verbonden zaken tezamen een geheel, dan werden deze zaken bestanddelen van dat geheel, de eenheidszaak. Een plank die met een kast werd verbonden en als kastdeur fungeerde, was na de verbinding een bestanddeel van de kast geworden, net zoals een handvat dat aan een beker was bevestigd een onderdeel werd van de beker. Dakpannen die ter reparatie van een gebouw werden losgemaakt, bleven onderdeel van het gebouw.
“Wat uit een gebouw is weggehaald met de bedoeling dat het weer wordt teruggeplaatst, behoort tot het gebouw; maar wat in gereedheid is gebracht om het er te installeren, behoort niet tot het gebouw.”2
Als zaken nooit met elkaar waren verbonden, kon ook geen sprake zijn van een samengestelde zaak, ook al lag de verbinding in het verschiet. Als nieuwe dakpannen waren besteld om op het dak geplaatst te worden, dan werden de dakpannen pas onderdeel van het gebouw nadat ze waren verbonden.3 Het voornemen om zaken met elkaar te verbinden was niet voldoende om een eenheidszaak te doen ontstaan.4