Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/3.4.3.3
3.4.3.3 Het toewijzen van emissierechten, gewone procedure
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS603347:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 16.39j lid 6 onder b Wm.
Afdeling 2.2 Rhe.
Craig &; De Búrca 2015, p. 198 en 199.
Artikel 16.39k lid 1 Wm. In artikel 16.39k staat dat artikel 16.39j lid 2, derde volzin, slechts van toepassing is voor wat betreft de eisen waaraan de onafhankelijke deskundige moet voldoen. Aangezien de derde volzin verwijst naar artikel 16.39g Wm, en dit artikel inmiddels uit de wet is geschrapt, komt aan de kwalificatie ten aanzien van deze volzin geen betekenis meer toe. Met andere woorden, artikel 16.39k Wm vereist nu dat de aanvraag aan artikel 16.39j lid 2 Wm als zodanig moet voldoen.
In dit besluit wordt onder meer bepaald hoeveel emissierechten in totaal aan vliegtuigexploitanten (kosteloos) kunnen worden toegewezen, en welke benchmarks er dienen te worden toegepast ten aanzien van vliegtuigexploitanten wier aanvraag aan de Commissie is overlegd.
De toewijzing en verlening van emissierechten aan vliegtuigexploitanten is geregeld in subparagraaf 16.2.2.3 Wm. Artikel 16.39j Wm bevat bepalingen ten aanzien van de aanvraag van een vliegtuigexploitant. In overeenstemming met artikel 3 sexies lid 1 Richtlijn moet een vliegtuigexploitant uiterlijk 21 maanden voor de aanvang van een handelsperiode de aanvraag indienen bij het bestuur van de NEa.1 Bij de aanvraag moeten de tonkilometergegevens over de onder de Richtlijn vallende luchtvaartactiviteiten in het referentiejaar worden ingediend.2 In overeenstemming met artikel 3 sexies lid 1 Richtlijn is het referentiejaar het kalenderjaar dat 24 maanden voor de aanvang van een handelsperiode eindigt.3 De tonkilometergegevens moeten worden vergezeld van een verklaring van een onafhankelijk deskundige, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling van de tonkilometergegevens.4 Wie als een onafhankelijk deskundige kan worden aangemerkt, is niet in de wet bepaald. Uit artikel 67 Verordening (EU) 601/2012 volgt echter dat dit de verificateur als bedoeld in artikel 3 onder 3 Verordening (EU) 600/2012 is. Ter uitvoering van artikel 16.39j kunnen, ten aanzien van onderwerpen genoemd in artikel 16.39j lid 7 Wm, bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.5 Deze onderwerpen betreffen met name het bijhouden van tonkilometergegevens (onderdelen a-f). Daarnaast betreft het ook de wijze waarop de aanvraag voor een kosteloze toewijzing van emissierechten moet geschieden en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt (onderdeel g). In de Rhe zijn ten aanzien van deze onderwerpen nadere regels vastgesteld.6
Interessant om hier op te merken is dat artikel 67 lid 2 Verordening (EU) 601/ 2012 inhoudelijk eenzelfde regeling bevat als de hierboven beschreven implementatieregeling voor de aanvraag. Hoewel de Richtlijn in artikel 3 sexies tot de Nederlandse implementatie weliswaar verplicht, geeft de Verordening dus reeds uitvoering aan de verplichtingen uit deze bepaling. Een Verordening mag bovendien niet zonder meer naar nationale wetgeving worden omgezet.7 Aangezien de Verordening echter in dit geval ondergeschikt is aan de Richtlijn (het betreft immers een uitvoeringsverordening van de Commissie), en de bepalingen uit de Richtlijn dus voorrang hebben op de Verordening, is de implementatiewetgeving in dit geval mijns inziens wel toegestaan.
Een tijdig ingediende aanvraag die voldoet aan de eisen gesteld bij artikel 16.39j lid 2 Wm moet door het bestuur van de NEa aan de Commissie worden overlegd.8 De toezending van de aanvraag aan de Commissie dient uiterlijk achttien maanden voor de aanvang van de handelsperiode waarop de aanvraag betrekking heeft te geschieden.9
Artikel 16.39l lid 1 Wm bepaalt vervolgens dat binnen drie maanden nadat de Commissie een besluit overeenkomstig artikel 3 sexies lid 3 Richtlijn ETS heeft genomen,10 het bestuur van de NEa de hoeveelheid emissierechten moet berekenen die elke vliegtuigexploitant voor de handelsperiode, en per jaar, krijgt toegewezen. Binnen diezelfde periode moet het besluit bekend worden gemaakt, waarvan tevens mededeling door plaatsing in de Staatscourant moet worden gedaan.11 De berekeningswijze voor de kosteloos toe te wijzen emissierechten is vastgelegd in artikel 16.39l lid 2 Wm.
Een deel van de broeikasgasemissierechten wordt geveild. Voor Nederland is de hoeveelheid te veilen emissierechten gelijk aan de hoeveelheid die de Commissie voor Nederland overeenkomstig artikel 3 sexies lid 3 Richtlijn ETS heeft vastgesteld.12