JWWB 2014/170
Intrekking en (mede)terugvordering bijstand — gezamenlijke huishouding? — onweerlegbaar rechtsvermoeden — hoofdverblijf in dezelfde woning
CRvB 08-04-2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1894
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
8 april 2014
- Magistraten
Mrs. W.F. Claessens, A.M. Overbeeke en G.M.G. Hink
- Zaaknummer
12-3571 WWB-G
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2014:1894, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 08‑04‑2014
- Wetingang
Art. 6 derde lid, EVRM; art. 3 vierde lid, aanhef en onder b WWB
Essentie
Intrekking en (mede)terugvordering bijstand — gezamenlijke huishouding? — onweerlegbaar rechtsvermoeden — hoofdverblijf in dezelfde woning
Samenvatting
Geen gezamenlijke huishouding over de periode van 23 juli 2009 tot en met 31 maart 2011, wel over de periode van 1 april 2011 tot en met 1 juni 2011. Uit de relatie van appellanten een kind is geboren. Over de eerste periode kan noch uit de verklaring van appellant, noch uit de waarnemingen en het onaangekondigde huisbezoek worden afgeleid dat de appellant zijn hoofdverblijf had op het adres van appellante. Ook bieden de mutaties in het BPS en BVH betreffende onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.