AB 2020/26
Verschil in handhaving tussen short stay en bed and breakfast is gerechtvaardigd. Geen duurzame bewoning.
RvS 30-10-2019, ECLI:NL:RVS:2019:3650, m.nt. T.I. Oost
- Instantie
Raad van State
- Datum
30 oktober 2019
- Magistraten
Mrs. A.W.M. Bijloos, C.M. Wissels, E.A. Minderhoud
- Zaaknummer
201900513/1/A3
- Noot
T.I. Oost
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS177945:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bouwrecht / Woonrecht
Huurrecht / Algemeen
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2019:3650, Uitspraak, Raad van State, 30‑10‑2019
- Wetingang
Essentie
Verschil in handhaving tussen short stay en bed and breakfast is gerechtvaardigd. Geen duurzame bewoning.
Samenvatting
Dat de intentie bestaat om de woning langer te bewonen, zoals appellante stelt, volgt niet uit de huurovereenkomsten. In de huurovereenkomsten is uitdrukkelijk bepaald dat de bewoning tijdelijk is, het huurobject tussentijds door de verhuurder kan worden veranderd en de woning niet is bedoeld als "primary residence". Dat wijst op verblijf van korte duur (short stay), hetgeen wordt bevestigd door het feit dat geen van de huurders zich op het adres heeft ingeschreven in de Brp. Uit het achter de huurovereenkomsten gevoegde ‘Training ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.