NJB 2025/196:Cassatie in het belang der wet. Wraking. Lid-beroepsgenoot (radioloog) in het Centraal Tuchtcollege. Hoge Raad: 1. Tuchtrechtspraak. EVRM. De beoordeling van wrakingsgronden dient mede plaats te vinden tegen de achtergrond van art. 6 lid 1 EVRM, ook voor zover tuchtrechtspraak buiten het eigenlijke bereik van deze bepaling zou vallen. 2. ‘Kleine’ rechtsgebieden. Openheid. In kleine landen zouden al te strenge normen bij de beoordeling van wrakingsgronden de rechtsbedeling onnodig kunnen belemmeren. Hetzelfde kan gelden voor bepaalde rechtsgebieden, zoals tuchtrechtspraak waar specifieke deskundigheid is vereist. De aard van de verhouding kan ertoe dwingen om aan het begin van de procedure openheid te betrachten. 3. Gezichtspunten. Of de gestelde feiten de vrees voor vooringenomenheid objectief rechtvaardigen, hangt af van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad somt een catalogus van gezichtspunten op. 4. Toepassing op dit geval. Het wrakingsverzoek berust uitsluitend op de grond dat het lid-beroepsgenoot samen met de aangeklaagde radioloog deel uitmaakt van een kleine werkgroep waarin tuchtrechtelijke uitspraken worden besproken. Niet gezegd kan worden dat het verzoek in die omstandigheden nooit kan worden toegewezen, en evenmin dat het in die omstandigheden altijd moet worden toegewezen.