Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/3.4.0:3.4.0 Introductie
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/3.4.0
3.4.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497045:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vergt enige vasthoudendheid om de wettelijke regeling, die in hoofdzaak is opgenomen in het derde boek van Rv (van regtspleging van onderscheiden aard) goed te kunnen doorgronden. Zelfs voorzieningenrechters geven in de Expert-Interviews aan dat zij in voorkomende gevallen nogal eens de voorkeur geven aan naslag in de (veel overzichtelijker) Beslagsyllabus boven de wet.1 De wettelijke systematiek is zodanig dat de voorschriften voor het leggen van executoriaal beslag2 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het conservatoir beslag zijn verklaard (art. 702 Rv). In verband hiermee is bij de overeenkomstige artikelen voor conservatoir beslag een verwijzingsbepaling opgenomen waarin wordt vermeld welke artikelen van het executoriaal beslag in ieder geval van toepassing zijn, waarbij niet is uitgesloten dat ook andere dan de in de verwijzing opgenomen artikelen van toepassing zijn. De vierde titel van boek 3 Rv, waarin het conservatoir beslag is opgenomen, bestaat uit negen afdelingen. De eerste afdeling bevat algemene bepalingen die van toepassing zijn op alle vormen van conservatoir beslag (art. 700-710a Rv). De hierop volgende titels geven een nadere – voor de diverse soorten beslag afzonderlijke – op deze algemene bepalingen aanvullende of afwijkende – regeling. Er kan een onderscheid worden gemaakt in beslag onder de schuldenaar (tweede, derde en zesde afdeling), onder derden (tweede en vierde afdeling, vijfde afdeling A), onder de schuldeiser (eigenbeslag, vierde afdeling), en overige beslagen. Beslag onder de schuldenaar en derdenbeslag kan strekken tot verhaal dan wel tot afgifte of levering; dit laatste wordt ook wel reële executie genoemd.
Beslag onder de schuldenaar kan worden gelegd op roerende zaken of rechten aan toonder of order (art. 711-713 Rv), op overige rechten (restcategorie, art. 711-713 j° art. 474bb Rv), alsmede op aandelen hierin en beperkte rechten hierop (art. 707 Rv). Daarnaast kan beslag worden gelegd op aandelen, effecten en dergelijke (art. 714-717 Rv), op onroerende zaken (art. 725-727 Rv), op schepen (art. 728-728b Rv) en op luchtvaartuigen (art. 729-729e Rv). Ook is beslag mogelijk met het oog op afgifte van zaken en levering van goederen (art. 730-737 Rv) in het bijzonder ter verdeling van een gemeenschap (art. 733 Rv).
Derdenbeslag maakt beslag mogelijk op vorderingen die een schuldenaar heeft of krijgt jegens derden, waaronder op een periodieke uitkering, tot verhaal van alimentatievorderingen (art. 718-723 Rv), alsmede derdenbeslag op rechten uit sommenverzekering (art. 724a Rv).
Ook op roerende zaken die tot het vermogen van de schuldenaar behoren, maar zich onder een derde bevinden, kan beslag worden gelegd (art. 718 Rv).
Indien partijen over en weer schuldenaar en schuldeiser zijn kan beslag worden gelegd op hetgeen een schuldeiser aan de schuldenaar verschuldigd is: beslag onder de schuldeiser zelf (art. 724 Rv).
Onder overige beslagen kunnen worden gerekend deelgenotenbeslag ofwel beslag op goederen van een huwelijksgoederengemeenschap, ook wel maritaal beslag genoemd (art. 768-770c Rv) en beslag ten laste van schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland (vreemdelingenbeslag, art. 765-767 Rv).