NJB 2022/2189
Artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn behoeft geen implementatie, omdat in jurisprudentie duidelijk genoeg is neergelegd dat een vreemdeling met subsidiaire bescherming geen procesbelang heeft als hij wil doorprocederen over de vluchtelingenstatus.
ABRvS 21-09-2022, ECLI:NL:RVS:2022:2709
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
21 september 2022
- Magistraten
Mrs. Steendijk, Wissels, De Moor-van Vugt
- Zaaknummer
202202088/1/V3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:2709, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 21‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn behoeft geen implementatie, omdat in jurisprudentie duidelijk genoeg is neergelegd dat een vreemdeling met subsidiaire bescherming geen procesbelang heeft als hij wil doorprocederen over de vluchtelingenstatus.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], appellanten, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 9 maart 2022 in zaken nrs. NL21.16547 en NL21.16548 in het geding tussen: de vreemdelingen en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluiten van 22 september 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.