Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.7:17.7 De betrokken staat
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.7
17.7 De betrokken staat
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS453392:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De dimensie van de betrokken staat kent een duidelijke en belangrijke verandering die hiervoor ook al aan de orde is gekomen: de samenwerking binnen de EU vindt per definitie plaats met een afgebakende groep van landen, de lidstaten van de EU, die uiteraard wel kan worden uitgebreid (of kan inkrimpen). Voor uitbreiding gelden de eerder uiteengezette vereisten voor toetreding tot de EU. Tegelijkertijd vindt de samenwerking in beginsel plaats met alle lidstaten (gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een opt-out of waarin sprake is van nauwere samenwerking daargelaten). De zeggenschap die een land in de klassiek-volkenrechtelijke situatie heeft over de kring van staten waarmee een verdrag wordt gesloten verdwijnt daarmee, zeker nu na Lissabon als hoofdregel geen unanimiteit meer nodig is voor EU-besluiten op dit terrein. In het verleden, toen unanimiteit wel vereist was, leek de situatie binnen de EU nog het meest op die van de sluiting van een multilateraal verdrag: de kring van staten kon als zodanig niet worden bepaald door individuele lidstaten, maar een land kon besluiten het voorstel te blokkeren (EU) of niet toe te treden tot het verdrag (klassiek). Voor de betrokken staat leidde dat tot min of meer hetzelfde resultaat, voor de andere staten was de uitkomst anders: binnen de EU kwam het voorstel bij een veto niet tot stand, in een klassiek-verdragsrechtelijke setting kan een verdrag gewoon tot stand komen, zij het zonder de staat die geen partij wenst te worden. Dat heeft wel betekenis voor de politieke druk waaraan een dwarsligger werd c.q. wordt blootgesteld. Overigens bestaat, afhankelijk van de verdragsbepalingen, ook in een klassiek-verdragsrechtelijke setting de mogelijkheid dat een land toetreedt tot een verdrag zonder de instemming van (alle) andere verdragspartijen. In dat geval is de enige echte uitweg, indien nodig want doorgaans kennen die verdragen weinig dwingende bepalingen op het terrein van strafrechtelijke samenwerking, het politiek nog zwaarder beladen middel van opzegging van het verdrag.