NJB 2021/2747:Bij de beoordeling van de belanghebbendheid geldt de hoofdregel dat degene die een verzoek om vergunning indient in beginsel wordt verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op het verzoek. Dit kan anders zijn als het verzoek betrekking heeft op gronden die bij een ander in eigendom zijn of waarop een ander zakelijke rechten heeft. Wanneer aannemelijk is dat de voorgenomen activiteit niet kan worden verwezenlijkt omdat de rechthebbende hiervoor geen toestemming wil geven en er geen mogelijkheid bestaat om de activiteit te verwezenlijken tegen de wens van de rechthebbende in, dan is de verzoeker geen belanghebbende en is het verzoek om vergunning geen aanvraag als bedoeld in art. 1:3, lid 3, Awb. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de gemeente belanghebbende is bij de beslissing op het verzoek om verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan voor woningbouw.