BR 2015/79
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet een passende beoordeling worden verricht die ook al een maximale toepassing van een wijzigings-, afwijkings- of uitwerkingsbevoegdheid door B en W omvat. De passende beoordeling mag niet worden uitgesteld tot het moment van de toepassing van de bevoegdheid. (Haaksbergen)
RvS 22-04-2015, ECLI:NL:RVS:2015:1261, m.nt. H.E. Woldendorp
- Instantie
Raad van State
- Datum
22 april 2015
- Magistraten
Mrs. Th.C. van Sloten, J. Hoekstra en R.J.J.M. Pans
- Zaaknummer
201307903/1/R1
- Noot
H.E. Woldendorp
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921590:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:1261, Uitspraak, Raad van State, 22‑04‑2015
- Wetingang
(Art. 19j Nbw 1998)
Essentie
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet een passende beoordeling worden verricht die ook al een maximale toepassing van een wijzigings-, afwijkings- of uitwerkingsbevoegdheid door B en W omvat. De passende beoordeling mag niet worden uitgesteld tot het moment van de toepassing van de bevoegdheid. (Haaksbergen)
Samenvatting
Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van B en W geldt als voorwaarde dat dient te worden aangetoond dat de wijziging, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied niet kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.