NJ 2020/369
Overheidsaansprakelijkheid. Onrechtmatige rechtspraak; schending Unierecht in rechtspraak ABRvS? Vreemdelingenrecht; art. 1F Vluchtelingenverdrag; art. 12 lid 2 Definitierichtlijn; HvJ EU 9 november 2010, C-57/09 en C-101/09, ECLI:EU:C:2010:661 (Duitsland/B en D); individuele beoordeling door bevoegde autoriteit?
HR 02-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1538
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 oktober 2020
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
19/01915
- Conclusie
A-G mr. M.H. Wissink
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS236893:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1538, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:413, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑04‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑06‑2019
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 1F Vluchtelingenverdrag; art. 12 leden 2 en 3 Richtlijn 2004/83/EG, vervangen door Richtlijn 2011/95/EU (Definitierichtlijn); paragraaf C2/7.10.2. Vreemdelingencirculaire
Essentie
Overheidsaansprakelijkheid. Onrechtmatige rechtspraak; schending Unierecht in rechtspraak ABRvS? Vreemdelingenrecht; art. 1F Vluchtelingenverdrag; art. 12 lid 2 Definitierichtlijn; HvJ EU 9 november 2010, C-57/09 en C-101/09, ECLI:EU:C:2010:661 (Duitsland/B en D); individuele beoordeling door bevoegde autoriteit?
Samenvatting
Art. 1F, aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag houdt in dat de bepalingen van dat verdrag niet van toepassing zijn op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft begaan. Deze bepaling is in essentie overgenomen in art. 12 lid 2, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.