Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.3.7:4.3.7 Voorziening voor de duur van het geding
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.3.7
4.3.7 Voorziening voor de duur van het geding
Documentgegevens:
Petra de Bruin, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Petra de Bruin
- JCDI
JCDI:ADS981996:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 223 Rv biedt, zowel voor de dagvaardingsprocedure als voor de verzoekschriftprocedure, de mogelijkheid om tijdens een aanhangig geding een voorlopige voorziening voor de duur van dat geding te vorderen.1 Die vordering moet samenhangen met de hoofdvordering, zo bepaalt lid 2. Een arbeidsrechtelijk voorbeeld daarvan is de vordering tot doorbetaling van loon en/of wedertewerkstelling totdat, meestal na bewijslevering, wordt beslist over de opzegging. Bij de beslissing op die incidentele vordering kunnen de belangen van partijen, de spoedeisendheid en een restitutierisico een rol spelen.2 Soms wordt het incident op grond van art. 223 Rv gelijktijdig met de hoofdzaak behandeld. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.