AB 2019/554
Artikel 3, vierde lid, onder c, van de Wet Bibob is niet in strijd met artikel 10, tweede lid, onder d, e, en f, van de Dienstenrichtlijn.
RvS 04-09-2019, ECLI:NL:RVS:2019:3050, m.nt. W.S. Zorg en M.N. Motaleb
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 september 2019
- Magistraten
Mrs. B.P.M. van Ravels, A.J.C. de Moor-van Vugt, C.C.W. Lange
- Zaaknummer
201810252/1/A3
- Noot
W.S. Zorg en M.N. Motaleb
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS171350:1
- Vakgebied(en)
Horecarecht / Exploitatievergunning (APV)
Openbare orde en veiligheid / Bibob
Horecarecht / Horeca-inrichting
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2019:3050, Uitspraak, Raad van State, 04‑09‑2019
- Wetingang
Essentie
Dienstenrichtlijn. Wet Bibob. Zakelijk samenwerkingsverband. Ernstig gevaar. Intrekkingsgrond.
Samenvatting
Een verbroken zakelijk samenwerkingsverband kan verder alleen worden tegengeworpen als dat verband een ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 van de Wet Bibob oplevert. Vanwege deze koppeling is de mogelijkheid om een verbroken zakelijk samenwerkingsverband tegen te werpen in beginsel voldoende duidelijk en objectief genoeg. Het ernstige gevaar zal door het betrokken bestuursorgaan per geval moeten worden onderbouwd. Het zal dan ook van geval tot geval verschillen onder welke omstandigheden en na welke termijn een verbroken zakelijk samenwerkingsverband nog ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.