Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.1.1
2.1.1 Gronden voor het openen van een insolventieprocedure
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS410173:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Waar artikel 130, 131 en 132 InsO spreken over de periode van drie maanden voor de aanvraag, gold voor het oude recht onder de Konkursordnung, dat buiten het bereik van de bijzondere Insolvenzanfechtung (thans art. 130, 131, 132 InsO) vielen de handelingen die meer dan zes maanden voor de opening van de procedure waren verricht. Zie hierover H.P. Kirchhof, Insolvenzanfechtung, in: Münchener Kommentar zur Insolvenzordnung, München: C.H. Beck 2002, p. 507.
Zie H. Hirte, Insolvenzanfechtung, in: W. Uhlenbruck (red.), Insolvenzordnung Kommentar, München: Franz Vahlen 2003, p. 1956. De introductie van een enkelvoudige procedure, waarbinnen zowel reorganisatie op basis van een vastgesteld plan als liquidatie mogelijk is, vormt een verruiming van het werkingsgebied van de Insolvenzanfechtung vergeleken met de oude Konkursordnung. Zie hierover Toelichting op het Regeringsontwerp (M. Balz en H.G. Landfermann, Die Neuen Insolvenzgesetze, Düsseldorf: IDW-Verlag 1995, p. 227): `Insoweit wird der Anwendungsbereich des Anfechtungsrechts im Vergdeich zum gedienden Recht erweitert, wo eine Anfechtung zwar im Konkurs- und im Gesamtvoldstreckungsvelfahren, nicht aber im Vergleichsverfahren möglich ist.'
Zie over de bijzonderheden Hirte, Insolvenzordnung Kommentar, p. 1968 e.v.
Artikel 17 InsO bepaalt het volgende: (1) Allgemeiner Eröffnungsgrund ist die Zahlungsunfähigkeit. (2) Der Schuldner ist zahlungsunfähig wenn er nicht in der Lage ist, die fälligen Zahlungspflichten zu Zahlungsunfähigkeit ist in der Regel anzunehmen, wenn der Schuldner reine Zahlungen eingestellt hat.' Zie over de versoepeling ten aanzien van het aannemen van betalingsonmacht ten opzichte van het recht van voor 1999, J. Dauernheim, Das Anfechiungsrecht in der Insolvenz, Neuwied: Luchterhand 1999, p. 60.
Artikel 18 InsO bepaalt het volgende: (1) Beantragt der Schuldner die Eröffnung des Insolvenzverfahrens, so ist auch die drohende Zahlungsunfähigkeit Eröffnungsgrund. (2) Der Schuldner droht zahlungsunfähig zu werden, wenn er voraussichtlich nicht in der Lage sein wird, die bestehenden Zahlungspflichten im Zeiounkt der Feilligkeit zu erfüllen. (3) (...).'
Artikel 19 InsO bepaalt het volgende: (1) Bei einer juristischen Person ist auch die Überschuldung Eröffnungsgrund. (2) Überschuldung liegt vor wenn das Vermögen des Schuldners die bestehenden Verbindlichkeiten nicht mehr deckt. Bei der Bewertung des Vermögens des Schuldners ist jedoch die Fortführung des Unternehmens zugrunde zu legen, wenn diere nach den Umständentüberwiegend wahrscheinlich ist. Forderungen auf Rückgewähr von Gesellschafterdarlehen oder aus Rechtshandlungen, die einem solchen Darlehen wirtschaftlich entsprechen, .für die gemäβ § 39 Abs. 2 zwischen Gläubiger und Schuldner der Nachrang im Insolvenzverfahren hinter den in § 39Abs. 1 Nr. 1 bis5 bezeichneten Forderungen vereinbart worden ist, sind nicht bei den Verbindlichkeiten nach Satz 1 zu bertücksichtigen.'
In reactie op de economische crisis is middels het Finanzmarktstabilisierungsgesetz een tijdelijke beperking van de werking van artikel 19 InsO opgenomen, welke vooralsnog slechts zal werken tot 31 december 2013. Een nieuw lid 2 bepaalt het volgende: Überschuldung liegt vor wenn das Vermögen des Schuldners die bestehenden Verbindlichkeiten nicht mehr deckt, es sei denn, die Fortführung des Unternehmens ist nach den Umständentüberwiegend wahrscheinlich. Forderungen auf Rückgewähr von Gesellschafterdarlehen oder aus Rechtshandlungen, die einem solchen Darlehen wirtschaftlich entsprechen,für die gemäβ § 39Abs. 2 zwischen Gläubiger und Schuldner der Nachrang im Insolvenzverfahren hinter den in § 39 Abs. 1 Nr. 1 bis5 bezeichneten Forderungen vereinbart worden ist, sind nicht bei den Verbindlichkeiten nach Satz 1 zu berücksichtigen.' Hierdoor geldt toch Überschuldung niet als een openingsgrond indien de voortzetting van de onderneming overwegend waarschijnlijk is.
Zie artikel 26 InsO.
Voor een goed begrip van de regeling van de Insolvenzanfechtung is een zekere bekendheid met de regels omtrent het openen van de insolventieprocedure vereist. Pas met de insolventverklaring verliest de schuldenaar de vrije beschikking over zijn vermogen. De benadelende handelingen waartegen de Insolvenzanfechtung waakt, worden veelal ook verklaard door de dreigende insolventieprocedure waarmee de schuldenaar het vrije beheer over zijn vermogen verliest. Er bestaat daarmee een nauw verband tussen de regels inzake de insolventverklaring en de aanvraag daartoe enerzijds en de regels omtrent de aantasting van benadelende handelingen anderzijds. Onder het Duitse recht is dit in het bijzonder het geval omdat de verschillende bepalingen op grond waarvan een handeling aangetast kan worden, niet de aanvang van een insolventieprocedure nemen, maar de aanvraag daartoe.1 Verder vormen de gronden waarop een insolventieprocedure gestart kan worden — betalingsonmacht (Zahlungsunfähigkeit), dreigende betalingsonmacht (drohende Zahlungsunfähigkeit) en materiële insolventie (Überschuldung) — belangrijke begrippen binnen de regeling van de Insolvenzanfechtung.
Het Duitse recht hanteert een uniforme insolventieprocedure, das Insolvenzverfahren, waarbinnen zowel reorganisatie als liquidatie mogelijk is. Welke wijze van afwikkeling wordt gekozen maakt niet uit voor de vraag of de Insolvenzanfechtung kan worden ingeroepen.2 Verder is er een procedure waarbij de schuldenaar zelf de beschikking houdt over het vermogen (Eigenverwaltung). Ook is er een speciale procedure voor 'consumenten'. De regels inzake de aantasting van benadelende handelingen en de vraag aan wie deze bevoegdheid toekomt, varieert enigszins al naar gelang de toepasselijke procedure.3 Hier zal steeds de meest voorkomende procedure van Insolvenzverfahren als uitgangspunt genomen worden.
Het Duitse recht voorziet in uitgebreide regels omtrent de procedure tot insolventverklaring. Het geeft in de artikelen 17 tot en met 19 InsO verschillende gronden waarop de formele insolventie kan worden uitgesproken. Artikel 17 InsO geeft als openingsgrond betalingsonmacht (Zahlungsunfähigkeit). Artikel 17 InsO bepaalt dat een schuldenaar in betalingsonmacht verkeert indien hij zijn opeisbare schulden niet kan voldoen.4Artikel 18 InsO bepaalt dat de schuldenaar ook zelf insolventverklaring kan verzoeken indien betalingsonmacht dreigt (drohende Zahlungsunfähigkeit). Dreigende betalingsonmacht wordt aangenomen indien `het zich laat aanzien dat de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen zodra deze opeisbaar worden' .5Artikel 19 InsO bepaalt dat materiële insolventie (Überschuldung) ook een grond vormt om een insolventieprocedure te starten ten aanzien van een schuldenaar/rechtspersoon. Een dergelijke schuldenaar wordt geacht materieel insolvent te zijn indien zijn totale activa niet meer voldoende zijn om de bestaande verplichtingen te dekken.6 De waardering van de activa dient op continuïteitsbasis te geschieden, indien de voortzetting van de onderneming overwegend waarschijnlijk is (ten aanzien van welke laatste omstandigheid de bewijslast bij de schuldenaar ligt)7
Een belangrijk vereiste voor het openen van een insolventieprocedure is dat de beschikbare activa tenminste voldoende zullen zijn om de kosten van de procedure, inclusief de gerechtelijke kosten en het salaris van de bewindvoerder, te dragen.8 Om vast te stellen of aan dit vereiste voldaan is, benoemt de rechtbank in voorkomende gevallen een deskundige. De regels omtrent de insolventverklaring resulteren erin dat in de regel veel tijd verstrijkt tussen de aanvraag en de uiteindelijke insolventverklaring. Wel heeft de rechtbank de mogelijkheid om een voorlopige bewindvoerder te benoemen.