NJ 1915, p. 261
Vereischten voor voeging of tusschenkomst. Belang van aandeelhouders bij een tegen de naaml. vennootschap gevoerd geding over de wettigheid van een statutenwijziging.
HR 11-12-1914, ECLI:NL:HR:1914:206
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 december 1914
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. S. Laman Trip. Raden: Mrs. S. Gratama, B. C. J. Loder, J. A. A. Bosch en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[111914/NJ_1915,_p._261]
- Conclusie
Mr. Ledeboer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1914:206, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑12‑1914
- Wetingang
Essentie
Vereischten voor voeging of tusschenkomst. Belang van aandeelhouders bij een tegen de naaml. vennootschap gevoerd geding over de wettigheid van een statutenwijziging.
Samenvatting
Hij die verlangt in een tusschen andere partijen gevoerd geding zich te voegen of daarin tusschen te komen, moet hebben een eigen zelfstandig recht, dat hij ook in een afzonderlijk geding zou kunnen geldig maken.
Zoodanig recht heeft niet de aandeelhouder in een naaml. vennootschap ten aanzien van een tegen die vennootschap gevoerd geding over de wettigheid van een statutenwijziging, ook al heeft ieder aandeelhouder belang bij elke wijziging van de statuten.
Het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.