Rb. Overijssel, 08-09-2025, nr. 08-910038-13
ECLI:NL:RBOVE:2025:5488
- Instantie
Rechtbank Overijssel
- Datum
08-09-2025
- Zaaknummer
08-910038-13
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBOVE:2025:5488, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 08‑09‑2025; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBOVE:2023:3014, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 31‑07‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
Veroordeling feit: ECLI:NL:RBOVE:2019:2661
ECLI:NL:RBOVE:2019:2661, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 30‑07‑2019; (Eerste aanleg - meervoudig)
Ontnemingsprocedure: ECLI:NL:RBOVE:2023:3014
Uitspraak 08‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Verlenging TBS. De TBS wordt verlengt met 2 jaren. Verder wordt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd met onder meer de voorwaarden dat de betrokkene medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat zonder toestemming van de reclassering en dat hij op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers
Partij(en)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-910038-13
Datum uitspraak: 8 september 2025
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],
nu verblijvende in FPC [locatie],
hierna te noemen: betrokkene.
1. De aanleiding
Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2014 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van de misdrijven: diefstal, afpersing en brandstichting.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 juli 2017 en is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 31 juli 2023. De terbeschikkingstelling zou, behoudens nadere voorziening, geëindigd zijn op 12 juli 2025.
2. De stukken
De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
- -
het verlengingsadvies van Dr. S. van Mesdag (hierna: de kliniek) van 12 mei 2025, opgemaakt en ondertekend door [naam 1], regiebehandelaar, H.J. Beintema, behandelend psychiater, S. te Heuvel, psychiater, en S. Wopereis, Gz-psycholoog en plaatsvervangend hoofd van de instelling;
- -
het reclasseringsadvies tbs voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging van 24 juni 2025, opgemaakt en ondertekend door [naam 2], reclasseringswerker, en [naam 3], unitmanager;
- -
de pro Justitia rapportage van A.A.R. de Kom, psychiater, van 1 april 2025;
- -
de pro Justitia rapportage van P.E. Geurkink, forensisch psycholoog, van 19 april 2025;
- -
de voortgangsverslagen van respectievelijk 11 maart 2025 en 21 maart 2025;
- -
een afschrift van de wettelijke aantekeningen over de periode van 12 april 2022 tot en met 4 juni 2024.
3. De procedure
Het Openbaar Ministerie heeft op 6 juni 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2025. De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
- -
betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw A.M.G. Wolffs, advocaat in Amsterdam;
- -
de officier van justitie;
- -
[naam 4], regiebehandelaar in de kliniek, als deskundige;
- -
[naam 2], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, als deskundige;
- -
[slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], slachtoffers.
De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de maatregel met twee jaren en heeft daarnaast de voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege gevorderd, onder de voorwaarden zoals vermeld in het maatregelrapport. Naast de voorwaarden genoemd in het maatregelrapport vordert de officier van justitie om een contactverbod op te leggen met de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].
Betrokkene en zijn raadsvrouw hebben zich gerefereerd aan de verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaren met voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege onder de voorwaarden zoals vermeld in het maatregelrapport.
4. De beoordeling
De vordering is op 6 juni 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de kliniek, de pro Justitia rapportages, het maatregelrapport van de reclassering en de toelichting van de deskundigen op de zitting van 25 augustus 2025 in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de kliniek
Het rapport van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een autismespectrumstoornis, waardoor hij beperkte sociale vaardigheden heeft. Betrokkene is hierdoor niet goed in staat de sociale context aan te voelen of om zich af te stemmen op anderen. Verder is bij betrokkene sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel en voldoet hij aan de criteria voor de diagnose van pyromanie.
Naast de autismespectrumstoornis is bij betrokkene sprake van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken, waarbij over- en onder prikkeling een belangrijk oorzaak zijn van het probleemgedrag van betrokkene.De impulsbeheersing van betrokkene is beperkt en hij is sterk gericht op het vervullen van zijn lichamelijke basisbehoeften. Betrokkene is zeer volhardend in het voldaan krijgen van deze behoeften. Betrokkene ziet de ernst van deze problematiek niet in en zijn dwangmatigheid is een aandachtspunt.
Betrokkene is in maart 2024 overgeplaatst naar de beschermd wonen locatie van Exodus in Groningen en in december 2024 is het transmuraal verlof van betrokkene overgezet naar een proefverlof. Betrokkene volgt zijn eigen structuur en laat een stabiel beeld zien.
Het is belangrijk dat betrokkene goed wordt bevraagd over gevoelens en gedachten die mogelijk negatief kunnen zijn. Wanneer betrokkene hierover bevraagd wordt, vertelt hij open over de zaken waar hij tegenaan loopt. Het lukt betrokkene dan ook steeds beter om uit zichzelf moeilijkheden, irritaties of andere voorgedane zaken te bespreken.
Betrokkene is meerdere malen op onbegeleid verlof geweest en laat tijdens deze verloven zien dat hij alles graag goed wil doen en angstig is om iets verkeerds te doen. Dit wordt gezien als beschermende factor. Betrokkene zet zich goed in voor zijn behandeling en is gemotiveerd deze te doorlopen. De motivatie en inzet van betrokkene worden als beschermende factoren gezien.
Betrokkene is een kwetsbare man die veel ondersteuning en begeleiding nodig heeft. Verwacht wordt dat betrokkene in de toekomst blijvend afhankelijk zal zijn van toezicht en ondersteuning. De reclassering onderzoekt – samen met Exodus – een passende invulling en vervolg van het traject. Vanaf maart 2018 gebruikt betrokkene olanzapine en per maart 2022 krijgt hij deze medicatie middels een depot. Op 11 maart 2025 heeft hij na zijn depot vervelende verschijnselen vertoond van een postinjectiesyndroom. Uit voorzorg is betrokkene dezelfde dag overgeplaatst naar de FPC Mesdag wegens verhoogd risico op lichamelijk letsel en verdere verslechtering van de toestand in afwezigheid van toezicht. Op 13 maart 2025 is betrokkene na herstel teruggekeerd naar Exodus. Betrokkene heeft aangegeven dat hij tevreden is met zijn depotmedicatie en dit wil behouden. Zijn gedachten over het depot zijn na het postinjectiesyndroom niet gewijzigd. Een medicatiewijziging, waarover in de pro Justitiarapportage wordt gesproken, zou – indien noodzakelijk – binnen de context van een voorwaardelijke beëindiging kunnen plaatsvinden. Binnen deze context kan ook een vangnet gecreëerd worden voor een eventuele medicatiewijziging, met in het extreme geval een time-out van 2x7 weken in de kliniek. Indien de huidige context zou wegvallen, is de kans aanwezig dat betrokkene terug zal vallen in delictgerelateerd gedrag. Binnen de huidige setting functioneert betrokkene stabiel en naar wens, waardoor een stap naar de volgende fase passend is. De kliniek adviseert daarom om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen en de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De deskundige ter zitting
Op zitting heeft deskundige Potze aanvullend op het uitgebrachte advies naar voren gebracht dat vanuit de kliniek geen concrete aanwijzingen zijn om de huidige medicatie van betrokkene te wijzigen. Door de psychiater wordt vooruitgelopen op een hypothetische situatie, waarvoor op dit moment geen directe aanleiding bestaat. De deskundige beschouwt het niet overgaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging enkel ten behoeve van het toetsen van een eventuele medicatiewijziging als ingrijpende maatregel en wijst erop dat er alternatieve mogelijkheden zijn om het effect van een mogelijke wijziging te toetsen, zoals een ambulante behandelfase of een (preventieve) time-out in de kliniek. Betrokkene is goed in beeld bij Exodus en de Ambulante Forensische Psychiatrische Behandeling Mesdag (AFPB). Er zijn voldoende waarborgen aanwezig om een eventuele toekomstige medicatiewijziging gecontroleerd en verantwoord te laten verlopen. Deze kunnen worden opgenomen in de voorwaarden, zowel ter preventie als voor situaties waarin het minder goed met betrokkene gaat. Op dit moment is er echter – vanuit de kliniek – geen reden om de medicatie van betrokkene aan te passen, en de eventuele noodzaak daartoe zal naverloop van tijd ook afnemen. Verder is van belang dat het spanningsniveau van betrokkene laag wordt gehouden. Betrokkene heeft de afgelopen jaren geen neiging gehad om brand te stichten. Betrokkene blijft voorlopig in contact met Exodus en de AFPB. Op het moment dat alle hulpverlening zou wegvallen en betrokkene zijn medicatie niet zou nemen ontstaat er een verhoogd recidiverisico. Een contact- en locatieverbod wordt niet als bezwaarlijk beschouwd, maar volgens de kliniek is geen sprake van een duidelijke noodzaak.
De pro Justitia rapportages
Het rapport van de psychiater houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Betrokkene is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De stoornis van betrokkene uit zich in moeite hebben met sociaal-emotionele wederkerigheid in het contact, het delen van gevoelens en het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Hierdoor is bij betrokkene de non-verbale communicatie en het aangaan en onderhouden van sociale contacten beperkt. Verder is er bij betrokkene sprake geweest van pyromanie en had hij een fascinatie voor geweld, wapens en vuur.
Ondanks de vooruitgang die betrokkene heeft geboekt blijft hij afhankelijk van de steun en structuur die de huidige behandeling en begeleiding onder toezicht hem bieden. Zonder voornoemde voorzieningen en medicatie kan betrokkene niet stabiel blijven. Betrokkene zal dan snel geprikkeld zijn en opnieuw geneigd raken om zijn oplevende fascinatie voor vuur te volgen wat opnieuw tot brandstichtingen zal leiden. Betrokkene is nog afhankelijk van ambulante forensische begeleiding, medicamenteuze behandeling en toezicht. Zonder de huidige maatregel loopt het risico op brandstichting op tot matig-hoog. Betrokkene zal dan op zichzelf zijn aangewezen en kan zich – zonder professionele hulp en medicatie – niet staande houden op het gebied van relaties, wonen en werken. Betrokkene is inmiddels voldoende behandeld om veilig binnen het proefverlof en in geval van een voorwaardelijke beëindiging te kunnen functioneren. Binnen het proefverlof en bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is het risico laag.
Het medicamenteuze risicomanagement van betrokkene wordt beperkt door aanwijzingen dat het middel olanzapine bij betrokkene metabole afwijkingen veroorzaakt. De controles dienen te worden geactualiseerd ter verificatie, en er zou aanleiding kunnen zijn om een alternatief middel te overwegen. Een heroverweging van de medicatie kan geruime tijd in beslag nemen, waarbij tijdsdruk ongewenst is. Als de instelling van betrokkene op andere medicatie noodzakelijk wordt geacht door de behandelend psychiater, zou de mogelijkheid van een klinische opname een aanvullende voorwaarde moeten zijn.Als de verpleging wordt beëindigd bestaat echter de kans dat tijdelijke heropname voor de instelling op andere medicatie tot hervatting van de verpleging (in een andere kliniek) zal leiden. Om dat te voorkomen is opname binnen het proefverlof te verkiezen boven de voorwaardelijke beëindiging. Een mogelijke medicatiewijziging zou eventueel binnen een jaar te realiseren zijn, waardoor de voorwaardelijke beëindiging na een jaar zou kunnen plaatsvinden. De psychiater adviseert daarom om de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.
Het rapport van de psycholoog houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Uit het onderzoek komt betrokkene naar voren als een man die primair lijdt aan een ernstige neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Bij betrokkene is er sprake van kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals weinig emotionele wederkerigheid. Betrokkene kan slecht omgaan met onduidelijkheid of plotselinge veranderingen. Het gedrag van betrokkene kan voldoende worden verklaard vanuit zijn autismespectrumstoornis.De pyromanie van betrokkene lijkt in remissie door de geboden behandeling en structuur.
In de zorg is de kans op recidive laag. Betrokkene zal altijd een vorm van begeleiding nodig hebben, waarmee de kans op recidive laag wordt gehouden. Er zijn beschermende factoren opgebouwd die bijdragen aan het lage recidiverisico. Betrokkene is gemotiveerd voor het gebruik van medicatie, hij is gemotiveerd voor zijn behandeling en raakt niet meer over- of onderprikkeld, waardoor hij niet snel tot impulsief agressief gedrag zal komen. Als betrokkene uit zorg raakt is de kans op recidive matig/hoog. Betrokkene zal dan waarschijnlijk stoppen met adequaat gebruik van medicatie, hij raakt waarschijnlijk geïsoleerd en hij zal moeite hebben met het onderhouden van contact met de hulpverlening. Betrokkene zal dan gespannen raken, waarbij ook zijn realiteitstoetsing onder druk kan komen te staan, met als gevolg impulsief agressief gedrag, om zo spanningen te beperken of juist prikkels te creëren. Verwacht wordt dat het huidige risicomanagement succesvol zal worden voortgezet in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging. De mederapporteur (psychiater) stelt echter dat betrokkene misschien moet worden ingesteld op andere medicatie, met de mogelijkheid tot een heropname in de kliniek. Dit is niet de expertise van de psycholoog, maar als hiertoe wordt besloten lijkt verlenging van de huidige maatregel met continuering van het proefverlof het meest veilig en flexibel voor de verdere behandeling van betrokkene. De psycholoog adviseert dan ook het bevel tot verpleging nog niet voorwaardelijk te beëindigen en de huidige maatregel te verlengen met één jaar.
Het advies van de reclassering
Het rapport van de reclassering houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Betrokkene heeft de afgelopen tijd een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het verblijf van betrokkene bij Exodus verloopt probleemloos en betrokkene laat zien dat hij goed om kan gaan met de bijkomende vrijheid en verantwoordelijkheid. De autismespectrumstoornis van betrokkene is een delictgerelateerde factor. Het delen van gevoelens, het aangaan en onderhouden van sociale interacties en de non-verbale communicatie blijven beperkt, hetgeen met het huidige risicomanagement en passende begeleiding goed is ondervangen. Ook de medicatie van betrokkene zorgt ervoor dat er minder sprake is van overprikkeling, wantrouwen en impulsieve boosheid. Er zijn voldoende beschermende factoren die maken dat de reclassering– in zorg – een laag risico ziet. Zonder de huidige maatregel zal het risico op delictgedrag weer oplopen tot gemiddeld. De reclassering is van mening dat betrokkene binnen het huidige proefverlof dusdanig goed functioneert dat het risico op recidive als laag wordt ingeschat. Betrokkene is goed in contact met de begeleiding en hij zet zich in om zich te houden aan regels en afspraken. Het risico op onttrekking wordt dan ook ingeschat als laag. Binnen een voorwaardelijke beëindiging kan worden toegewerkt naar proef wonen en verdere toetsing van het zelfstandig functioneren van betrokkene. Een eventuele medicatiewijziging kan in de huidige setting worden gemonitord door de AFPB en Exodus. Ook zou er – bij medicatiewijziging – middels een time-out een tijdelijke opname in de kliniek gerealiseerd kunnen worden.
De positieve ontwikkeling, het stabiele functioneren en de aanwezige beschermende factoren maken dat zowel de reclassering als de kliniek een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel (met de huidige voorwaarden) en een verlenging van de maatregel met twee jaren een passende vervolgstap vinden. De reclassering schat in dat de voornoemde toetsing de termijn van één jaar vermoedelijk zal overschrijden. De reclassering adviseert daarom om de dwangverpleging te beëindigen onder voorwaarden en de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige Plantenga het advies gehandhaafd en in aanvulling op het advies naar voren gebracht dat betrokkene eerder geneigd is om risico’s te vermijden dan om impulsief te handelen. Het contact met betrokkene verloopt goed en hij signaleert zelf tijdig wanneer problemen dreigen te ontstaan. Betrokkene zorgt ervoor dat zijn leven sober is en overzichtelijk verloopt, zodat zoveel mogelijk prikkels worden vermeden. Betrokkene heeft een grote verandering doorgemaakt. Het is van belang dat de hulpverlening de komende jaren betrokken blijft, zodat betrokkene met hen in gesprek kan. Het is vooralsnog niet duidelijk welke vorm van hulpverlening dit zou moeten worden. Er zijn geen zorgen over het functioneren van betrokkene. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is passend.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Op grond van het verlengingsadvies van de kliniek, de pro Justitia rapportages, het reclasseringsadvies en het verhandelde ter zitting, stelt de rechtbank vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en een recidiverisico. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene het afgelopen jaar verdere stappen heeft gezet in zijn traject, waarbij hij de positief ingezette lijn heeft voortgezet. Betrokkene verblijft inmiddels al enige tijd bij Exodus onder het proefverlof, waarin hij zijn eigen structuur volgt en zich begeleidbaar opstelt. Betrokkene laat een stabiel beeld zien en de samenwerking met Exodus en de reclassering verloopt naar wens, waardoor een stap naar de volgende fase passend is.
Naar het oordeel van de rechtbank is het recidiverisico op dit moment tot een zodanig aanvaardbaar niveau teruggebracht dat de verpleging van overheidswege niet langer noodzakelijk is. De rechtbank zal daarom de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigen, onder de voorwaarden zoals deze door de reclassering in voornoemd rapport worden geadviseerd en, zoals gevorderd door de officier van justitie, aangevuld met een contactverbod met de slachtoffers die ter zitting aanwezig waren. Betrokkene is op de hoogte van de voorwaarden en heeft zich tot naleving van deze voorwaarden uitdrukkelijk bereid verklaard. Uit het psychiatrisch onderzoek van pro Justitia volgt een verhoogd risico bij een eventuele toekomstige wijziging in de medicatie van betrokkene, welk standpunt is onderschreven in het psychologisch onderzoek. De regiebehandelaar van betrokkene heeft ter zitting benadrukt dat dit slechts een hypothetisch scenario betreft waarop door de deskundige wordt geanticipeerd. De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken en verhandelde ter zitting onvoldoende blijkt dat op korte termijn sprake zal zijn van een medicatiewijziging. Indien een wijziging van de medicatie toch aan de orde zou zijn, acht de rechtbank voldoende mogelijkheden aanwezig om deze adequaat te monitoren en te beoordelen, bijvoorbeeld via ambulante behandeling of een (preventieve) time-out in de kliniek.
Uit voornoemde stukken en ter zitting is duidelijk geworden dat zal worden toegewerkt naar proef wonen en dat een verdere toetsing van het zelfstandig functioneren van betrokkene zal plaatsvinden. Het toewerken naar het proef wonen en de verdere toetsing zal stapsgewijs moeten plaatsvinden en een jaar is daarvoor te kort. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de terbeschikkingstelling met twee jaren verlengen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- -
verlengt de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met 2 (twee) jaren;
- -
beëindigt de verpleging van overheidswege en stelt daarbij de voorwaarden dat betrokkene:
1. medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of het ter
inzage aanbieden van een geldig identiteitsbewijs (als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht) ten behoeve van het vaststellen van de identiteit;
2. zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
3. medewerking verleent aan het verstrekken van een actuele foto aan de reclassering ten behoeve van eventuele opsporing;
4. medewerking verleent aan reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere, maar niet uitsluitend, in:
- zich melden op afspraken bij de reclassering, zo vaak de reclassering dat nodig acht;
- zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering, die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de terbeschikkinggestelde te bewegen tot het naleven van de voorwaarden:
- medewerking verlenen aan huisbezoeken;
- inzicht geven aan de reclassering over de voortgang van begeleiding of behandeling door andere instellingen/hulpverleners;
- niet verhuizen of van adres veranderen zonder toestemming van de reclassering;
- medewerking verlenen aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
5. als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, voor een time-out wordt opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
6. niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat, zonder toestemming van de reclassering;
7. zich ambulant laat behandelen door Ambulante Forensische Psychiatrische Behandeling (AFPB) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
8. de door de behandelend instelling voorgeschreven medicatie inneemt, zolang deze professionals dat nodig vinden;
9. verblijft in Exodus beschermd wonen of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Indien zelfstandig (proef)wonen aan de orde is, dient de reclassering hiervoor toestemming te geven;
10. accepteert de ambulante begeleiding in geval van zelfstandig (proef)wonen, zolang als de reclassering dit nodig acht;
11. zich in spant voor het vinden en behouden van werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
12. open is over zijn online gamegedrag en de films die hij kijkt. Hij houdt zich aan de afspraken met betrekking tot gamegedrag en films.
13. zich niet bevindt binnen de grenzen van Meppel en IJhorst, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Uitzondering hierop is dat betrokkene via station Meppel mag reizen met het openbaar vervoer;
14. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].
Aldus gegeven door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van E. Bauhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2025.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Uitspraak 31‑07‑2023
Inhoudsindicatie
De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Partij(en)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08/910038-13
Datum uitspraak: 31 juli 2023
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
nu verblijvende in FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen,
hierna te noemen: betrokkene.
1. De aanleiding
Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2014 ter
beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van
de misdrijven: diefstal, afpersing en brandstichting.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 juli 2017. Deze terbeschikkingstelling is
laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 13 juli 2021 en eindigt, behoudens
nadere voorziening, op 12 juli 2023.
2. De stukken
De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
- -
het adviesrapport van FPC Dr. S. van Mesdag (hierna: de kliniek) van 25 april 2023, opgemaakt en ondertekend door E. Haze, verpleegkundig specialist en behandelcoördinator, en drs. H.J. Beintema, psychiater en lid Raad van Bestuur en hoofd van de instelling;
- -
een afschrift van de wettelijke aantekeningen over de periode van 15 februari 2021 tot en met 13 april 2023.
3. De procedure
Het Openbaar Ministerie heeft op 8 juni 2023 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 17 juli 2023.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
- -
betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Schwab, advocaat te Amsterdam;
- -
de officier van justitie mr. S. Markink-Grolman;
- -
E. Haze, verpleegkundig specialist /behandelcoördinator, verbonden aan de kliniek als deskundige.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaren.
Betrokkene en zijn raadsvrouw hebben gesteld dat zij geen bezwaar hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstellingverpleegkundig. De raadsvrouw heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de criteria voor het verlengen van de maatregel nog steeds aanwezig zijn en dat het voor betrokkene belangrijk is door te gaan op de ingeslagen weg met de begeleiding en behandeling die het kader van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs-kader) hem biedt.
4. De beoordeling
De vordering is op 8 juni 2023 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het over betrokkene opgemaakte advies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter terechtzitting in aanmerking.
Het rapport van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een autismespectrumstoornis en hij voldoet tevens aan de criteria voor de diagnose pyromanie. Hij functioneert sociaal emotioneel op een zeer laag niveau, in het contact is geen sprake van echte wederkerigheid en empathische vermogens en vaardigheden tot zelfreflectie zijn nauwelijks aanwezig. Hij kan zeer beperkt de eigen emotionele binnenwereld aanvoelen en hij beschikt over een beperkt ontwikkeld geweten.
Betrokkene functioneert op dit moment al geruime tijd stabiel, maar is daarin afhankelijk van de externe structuur en ondersteuning van het tbs-kader. De inschatting is dat als dit kader zal wegvallen, betrokkene snel weer zal vervallen in delictgedrag. Als de maatregel (voorwaardelijk) zou worden beëindigd, is het recidiverisico hoog.
Vanaf juni 2021 is het onbegeleide verlof gestart. De transmurale verloven verlopen goed en zorgen voor een positieve trend in zijn behandeling. Betrokkene oefent tijdens de verloven met het uitbreiden en versterken van zijn vaardigheden en is gestart met het doen van vrijwillig werk buiten de kliniek. In de komende periode zal er gezocht worden naar een vervolgplek voor betrokkene in een begeleide woonvorm. Omdat betrokkene zeer afhankelijk is van zijn omgeving om zijn stabiliteit te behouden en incidenten te voorkomen, moet hij in staat worden gesteld alle vervolgstappen in zijn traject op een veilige manier te kunnen zetten, zonder overvraagd te worden. Gelet op het voorafgaande adviseert de kliniek de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen en de verpleging van overheidswege voort te zetten.
Ter terechtzitting van 17 juli 2023 heeft deskundige Haze het advies van de kliniek gehandhaafd. Er is inmiddels een intakegesprek geweest bij een beschermd wonen project in Groningen (Stichting Exodus). Betrokkene zoekt de begeleiding op als hij onzeker is en de samenwerking is heel goed. Het risico op recidive blijft aanwezig, betrokkene heeft de begeleiding en ondersteuning nodig. Bij het uitoefenen van verlof wordt er rekening gehouden met de wensen van de slachtoffers. Betrokkene gebruikt medicatie en hij beseft dat hij dat nodig heeft om zijn impulsen te onderdrukken. Hij zal de medicatie nog jaren moeten gebruiken en daar zal ook toezicht op moeten worden gehouden.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op hetgeen hiervoor is uiteengezet en ter zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. De rechtbank merkt daarbij op dat de maatregel is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. De rechtbank stelt op basis van de rapportage en wat ter zitting is toegelicht vast dat sprake is van een nog steeds aanwezige stoornis en van een onveranderd hoog recidiverisico.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene de afgelopen twee jaren een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Betrokkene stelt zich open voor de behandeling en is intrinsiek gemotiveerd in de samenwerking voor zijn behandeling en begeleiding. Daarnaast verricht betrokkene vanaf 1 mei 2023 betaalde productiewerkzaamheden bij [bedrijf] . Ter terechtzitting heeft betrokkene gemeld dat dit hem goed bevalt en dat zijn contract onlangs is verlengd. De komende periode zullen stappen gezet gaan worden richting beschermd wonen, ook dat is positief. De rechtbank acht het van belang dat de behandeling en begeleiding van betrokkene zorgvuldig en met kleine stappen plaatsvindt en ziet ook de noodzaak dat dit binnen de structuur en de zorg vanuit het huidige tbs-kader blijft gebeuren. Gelet op het advies van de kliniek en op hetgeen ter terechtzitting is besproken, stelt de rechtbank vast dat nog geruime tijd nodig zal zijn voor betrokkene om dit proces geleidelijk te doorlopen.
De rechtbank zal de terbeschikkingstelling met het bevel verpleging van overheidswege met twee jaren verlengen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- verlengt de terbeschikkingstelling met het bevel verpleging van overheidswege
van [betrokkene] met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.J. Sangers-de Jong en
mr. L.M.B. Soppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Bruin als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 juli 2023.
Uitspraak 30‑07‑2019
Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel verlengt de termijn van tbs met dwangverpleging met een termijn van 2 jaar.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Parketnummer : 08-910038-13
Uitspraak : 30 juli 2019
Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,
verblijvende in de FPC dr. S. van Mesdagkliniek in Groningen,
hierna te noemen: betrokkene,
ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.
Betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2014 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De termijn van deze terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 juli 2017 en eindigt behoudens nadere voorziening op 12 juli 2019.
Het openbaar ministerie heeft op 27 mei 2019 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaar. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.
Het onderzoek in raadkamer heeft plaatsgevonden op 16 juli 2019. In raadkamer zijn in het openbaar gehoord:
- -
betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Schwab, advocaat te Amsterdam,
- -
de officier van justitie mr. S. Leusink-Dijk,
- -
J.F. de Ruiter, assistent behandelcoördinator, verbonden aan de Dr. S. van Mesdagkliniek (de kliniek) als deskundige.
Op 13 mei 2019 is door M. Meulenbeek, GZ-psycholoog en H.J. Beintema, psychiater en plaatsvervangend hoofd van de kliniek rapport en advies uitgebracht over de eventuele verlenging van de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Het advies is deze maatregel voor de duur van twee jaar te verlengen.
De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor de duur van twee jaar.
Betrokkene en zijn raadsvrouw hebben in raadkamer verklaard geen bezwaar te hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.
OVERWEGINGEN
De rechtbank moet op grond van het bepaalde in artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De maatregel van terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van brandstichting, afpersing en diefstal.
De vordering is op 27 mei 2019 en dus op tijd ingediend.
Diagnose
Uit het rapport van 13 mei 2019 van de GZ-psycholoog en de psychiater blijkt dat bij betrokkene een autismespectrumstoornis is gediagnosticeerd. Betrokkene is niet goed in staat de sociale context aan te voelen of zich af te stemmen op anderen. Hij redeneert in complexe sociale situaties volgens zijn eigen logica, waardoor hij de reacties vanuit de omgeving niet begrijpt en daardoor gemakkelijk van zijn à propos raakt. Hierdoor kunnen wantrouwen en boosheid gemakkelijk ontstaan en snel oplopen. Er kan gesproken worden van een zeer beperkt ontwikkeld geweten en er is sprake van sterke fascinaties met geweld, wapens en misdaad. In zijn jeugd lijkt geen sprake te zijn geweest van uitgesproken disfunctioneren. De externe structuur en duidelijkheid waar betrokkene zijn ouders voor hebben gezorgd en het beperkte beroep dat werd gedaan op contactuele en interactionele vaardigheden lijken de oorzaak te zijn dat de symptomen van de autismespectrumstoornis zich pas op latere leeftijd hebben gemanifesteerd.
Er is sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel. Met betrekking tot het verbale begrip en het werkgeheugen scoort betrokkene gemiddeld tot bovengemiddeld. Qua perceptueel redeneren en de verwerkingssnelheid scoort hij juist beneden gemiddeld. Door zijn trage motoriek en spreeksnelheid kan betrokkene op het eerste inzicht onderschat worden. Zijn relatief sterke verbale vaardigheden kunnen echter zijn zwakke sociale inzicht verhullen, waardoor er juist kans is op overschatting.
Betrokkene voldoet daarnaast aan de criteria voor de diagnose pyromanie. Hij heeft meerdere malen doelgericht en opzettelijk brand gesticht. Hieraan voorafgaand was sprake van spanning en de nasleep ervan zorgde voor voldoening, net als het bekijken van online beelden van de brand. De fascinatie voor de brand stond op de voorgrond en het hebben van een reden was niet meer nodig.
De GZ-psycholoog en psychiater hebben in hun rapportage de pro justitia rapportage van
24 januari 2014 aangehaald, waarin wordt gesproken van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en antisociale trekken. In het onderzoek van de GZ-psycholoog en psychiater is geen specifiek onderzoek gedaan naar de eventuele aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis aangezien het sociaal emotionele niveau van functioneren nog niet bekend is. Desondanks kan wel gesteld worden dat sprake is van scheefgroei in de persoonlijkheid wat zich bij betrokkene uit in een zeer gebrekkig ontwikkeld geweten, beperkte empathie, preoccupatie en identificatie met gewelddadige figuren, compensatie van beschadigd zelfgevoel en delinquent gedrag.
Er is geen sprake van middelen- of alcoholgebruik of seksuele problematiek. Wel is sprake geweest van overmatig gamen.
Behandelverloop
Op 13 juli 2017 is betrokkene opgenomen in de FPC Dr. van Mesdagkliniek. In het begin van de opname was betrokkene over het geheel goed in contact. Hij was open en eerlijk over wat hem bezighield. Vanuit hier is een signaleringsplan opgesteld waar betrokkene actief aan mee heeft gewerkt. Betrokkene beschikt over beperkte empathie, heeft geen enkele spijt van zijn delicten en ervaart enkel de consequenties voor zichzelf als negatief. Hij denkt niet na over de consequenties van zijn gedrag voor anderen. In de afgelopen periode is gezien dat betrokkene zich meer terugtrekt. Hij deelde weinig meer over zijn belevingen. De deskundige heeft ter terechtzitting toegelicht dat betrokkene na zijn overstap naar de Marne-2 wel op de groep komt, maar dat de begeleiding hem actief moet betrekken en aan hem moet vragen hoe het met hem gaat.
Betrokkene is gestart met muziektherapie om beter emoties te leren herkennen en zijn vaardigheden af te stemmen op anderen. Ook volgt hij psycho-educatie ASS. Betrokkene heeft ondersteunende therapie, waarbij hij EMDR heeft gevolgd. Volgens de deskundige is deze therapie gestopt, omdat betrokkene teveel plezier ondervond bij het vertellen over zijn delicten. Betrokkene staat op de wachtlijst voor psychotherapie.
In de beginperiode hebben zich meerdere incidenten voorgedaan waarbij betrokkene zeer agressief gedrag heeft vertoond. Na een incident in de P.I. in Vught is betrokkene naar de Eems-1 (de crisisafdeling van de kliniek) overgeplaatst. Hier heeft een vechtpartij plaatsgevonden waarbij veroordeelde geprobeerd heeft de ogen van een medepatiënt uit te drukken. Na dit incident ging het beter met betrokkene en is hij op 27 oktober 2017 overgeplaatst naar de Marne-1, een behandelafdeling gericht op autismespectrumproblematiek. Betrokkene kwam op deze afdeling niet uit zichzelf naar de sociotherapeut als hij spanningen of irritaties ervaarde. De deskundige heeft ter terechtzitting toegelicht dat dit nog steeds een punt van aandacht is om frustraties en agressief gedrag te vermijden.
Betrokkene ging op de Marne-1 met plezier naar de arbeid, hield zich aan de afspraken en zei behandeld te willen worden, omdat hij niet terug de gevangenis in wil. Drie weken na zijn opname op de Marne-1 heeft betrokkene echter brand gesticht om aandacht te vragen voor de in zijn beleving trage start van de behandeling. Na het maken van concrete afspraken ging het weer beter met hem. Wel werd gezien dat hij moeite had zich af te stemmen op anderen, waarbij hij gedachten kreeg om anderen iets aan te doen. In maart 2018 hebben er vernielingen plaatsgevonden op de afdeling, waarna betrokkene is gesepareerd. In mei 2018 is hij weer overgeplaatst naar de Eems-1, waar opnieuw een fors agressief incident plaatsvond. Omdat het risico op herhaling als hoog werd ingeschat, is betrokkene op 1 juni 2018 overgeplaatst naar de Zeer Intensieve en Specialistische Zorgafdeling Eems-3. Er hebben zich daar geen incidenten voorgedaan, maar daar blijft wel een verhoogd risico op. Betrokkene wilde zelf graag overgeplaatst worden naar de Marne-2, een kleinschalige unit voor autismespectrumproblematiek, en hij verblijft daar nu sinds een paar weken. Dat bevalt goed, al heeft betrokkene ter zitting aangegeven zich te vervelen. Ook heeft betrokkene aangegeven dat hij graag op de afdeling metaal wil werken. Er is veel aandacht voor de instelling op medicatie. Op 11 maart 2019 is hij gestart met Olanzapine. Dat lijkt goed te gaan volgens de deskundige.
Vervolg
De GZ-psycholoog en psychiater hebben het recidiverisico ingeschat als hoog. Betrokkene zit aan het begin van zijn behandeling waardoor nog geen zicht is op de benodigde vorm van begeleiding na zijn tbs-traject. Dit zal afhangen van de mate van internaliseren en generaliseren van het geleerde in de behandeling. Het is relatief gunstig dat betrokkene nog jong is en geen sprake is van beperkte intelligentie. Prognostisch ongunstig is het dat betrokkene momenteel nog veel voldoening haalt uit de gepleegde delicten. Dit geldt ook bij het bespreken ervan. Onduidelijk is in hoeverre betrokkene daadwerkelijk in staat is om de moordgedachten, die hij had en mogelijk nog heeft, uit te voeren. Ook het feit dat hij zoveel agressieve incidenten en vernielingen heeft veroorzaakt binnen de P.I. en de kliniek, waarbij onvoldoende zicht was op de aanloop daar naartoe, maakt de prognose ongunstig. De beperkte empathische vermogens en de zeer beperkte gewetensontwikkeling hebben hier eveneens invloed op. Van verlof is voorlopig nog geen sprake, omdat de begeleiding van de Marne-2 betrokkene beter wil leren kennen. De deskundige heeft ter terechtzitting toegelicht dat verlof daarna, binnen een jaar, wel mogelijk zou kunnen zijn, mits betrokkene beter gaat luisteren naar de aanwijzingen van de begeleiding.
De GZ-psycholoog en psychiater verwachten dat betrokkene nog lang toezicht, sturing en begeleiding nodig zal hebben en hebben geadviseerd de maatregel te verlengen met twee jaar. De deskundige heeft ter terechtzitting toegelicht dat zij achter dit advies staat.
Conclusie
De rechtbank neemt de adviezen van de GZ-psycholoog en psychiater over op de daarin genoemde gronden.. Gelet op het vorenstaande en op de in raadkamer door de deskundige gegeven toelichting is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen onverkort eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaar wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat, de opleggingsrechter destijds heeft overwogen dat sprake is van een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten het opzettelijk stichten van brand, waarvan levensgevaar te duchten is en een poging tot afpersing, zodat de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege een periode van vier jaar te boven kan gaan.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 509o, 509p en 509s van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [betrokkene] voornoemd ter beschikking is gesteld, met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd, met twee jaar.
Aldus gegeven door mr. D.E. Schaap, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. D.L. Westendorp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Bakker als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2019.