Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/741
Procesrecht. Mediationclausule; plicht mediation te beproeven alvorens procedure aanhangig te maken?; uitleg; toegang tot rechter; gevolgen niet naleven plicht.
HR 12-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1078
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/04619
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Alternatieve geschillenbeslechting
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1078, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:103, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Mediationclausule; plicht mediation te beproeven alvorens procedure aanhangig te maken?; uitleg; toegang tot rechter; gevolgen niet naleven plicht.
Samenvatting
De inhoud van een mediationclausule moet door uitleg daarvan worden vastgesteld. Het is mogelijk dat een mediationclausule partijen verplicht mediation te beproeven voordat zij in rechte (of in arbitrage) een procedure aanhangig maken. Het karakter van mediation staat aan een zodanige uitleg niet in de weg. De omstandigheden dat een mediationclausule tussen professionele partijen is overeengekomen en dat de overeenkomst en het daaruit voortvloeiende geschil een zakelijk karakter hebben, kunnen bij de uitleg een rol spelen, maar brengen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.