Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/7.4.1.1
7.4.1.1 Inleiding
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS603369:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een overzicht van het verificatieproces ten aanzien van de emissie- en tonkilometergegevens van vliegtuigexploitanten zij verwezen naar: AVR Explanatory Guidance (GD III). Aangezien dezelfde regelgeving van toepassing is met betrekking tot de verificatie van emissies van installaties als ten aanzien van de emissies en tonkilometergegevens van vliegtuigexploitanten (op enkele specifieke bepalingen na), wordt een verdere uiteenzetting van deze regelgeving hier achterwege gelaten.
Voor een specifieke behandeling van de verificatie van tonkilometergegevens zij verwezen naar AVR Explanatory Guidance (GD III), in het bijzonder p. 61-65.
Te downloaden van: https://ec.europa.eu/clima/policies/ets/monitoring/documentation_en.htm (geraadpleegd op 26 januari 2017).
MRR Guidance document no. 2.
Voor de monitoring van emissies van vliegtuigexploitanten gelden andere regels dan ten aanzien van de monitoring van emissies van installaties. De verificatie-eisen zijn vrijwel identiek aan die voor de verificatie van installaties.1 In het navolgende wordt daarom ook alleen ingegaan op de wijze van monitoring van emissies van vliegtuigexploitanten.
Voor het verzamelen van tonkilometergegevens zij verwezen naar artikel 56 Verordening (EU) 600/2012 en MRR Guidance document no. 2, p. 32 en 33, alsmede de meer uitgebreide behandeling van de toewijzing van kosteloze emissierechten in hoofdstuk 4. Hier zij volstaan met de constatering dat de gegevens, gezien de verificatie die grotendeels langs dezelfde lijnen loopt als de verificatie van emissiegegevens van installaties, met een redelijke mate van zekerheid juist zijn wanneer deze bevredigend zijn geverifieerd.2
Hier wordt niet behandeld welke vliegtuigexploitanten onder het ETS vallen. Evenmin wordt behandeld in welke gevallen Nederland als administrerende lidstaat moet worden gekwalificeerd. Voor een behandeling hiervan zij verwezen naar hoofdstuk 3.
De monitoring wordt overigens slechts in hoofdlijnen uiteengezet. Voor een gedetailleerd overzicht zij verwezen naar Verordening (EU) 601/2012 en de relevante ‘guidance documents’ van de Commissiediensten,3 in het bijzonder MRR Guidance document no. 2.4