V-N 2019/32.10
Zaak-Holmen AB. Nadere invulling begrip ‘definitieve verliezen van een niet-ingezeten dochteronderneming’
HvJ EU 19-06-2019, ECLI:EU:C:2019:511, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Holmen)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
19 juni 2019
- Magistraten
Bonichot, Toader, Rosas, Bay Larsen, Safjan
- Zaaknummer
C-608/17
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Holmen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS59423:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Vennootschapsbelasting / Verliesverrekening
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Verliesverrekening
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:511, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 19‑06‑2019
ECLI:EU:C:2019:9, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 10‑01‑2019
- Wetingang
Essentie
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het begrip ‘definitieve verliezen van een niet-ingezeten dochteronderneming’ uit het Marks & Spencer-arrest, niet van toepassing is op een kleindochteronderneming.
Samenvatting
Het Zweedse Holmen AB houdt, via Holmen Suecia Holding S.L., de aandelen in de Spaanse kleindochterondernemingen Holmen Paper Madrid S.L. en Holmen Paper Iberica S.L. De kleindochtervennootschappen lijden forse verliezen (circa € 140 mln.), zodat Holmen AB er uiteindelijk voor kiest om haar Spaanse activiteiten af te wikkelen. In een aangevraagd prealabel advies, waarin twee scenario’s worden geschetst, komt aan de orde of Holmen AB recht heeft op aftrek van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.