Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.3.2:4.3.2 Het gelijkheidsbeginsel
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/4.3.2
4.3.2 Het gelijkheidsbeginsel
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS371807:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenals bij de NV is het uitgangspunt bij de BV dat aan aandelen in beginsel gelijke rechten zijn verbonden en dat aandeelhouders die in gelijke omstandigheden verkeren op dezelfde wijze behandeld moeten worden. Deze pariteit van aandeelhouders van de BV is vastgelegd in artikel 2:201 BW. De regeling is gelijk aan die voor de NV. Artikel 2:201 lid 1 BW bepaalt dat voor zover bij de statuten niet anders is bepaald, aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag gelijke rechten en verplichtingen zijn verbonden. Lid 2 van dit artikel voegt daaraan toe dat de vennootschap de aandeelhouders en certificaathouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden op dezelfde wijze moet behandelen. De wet maakt in bijzondere regelingen inbreuk op dit beginsel. Zo voorziet artikel 2:206a in de mogelijkheid dat het voorkeursrecht wordt beperkt of uitgesloten. Artikel 2:201 lid 3 BW bepaalt in aanvulling op lid 1 dat de statuten een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel kunnen behelzen door aan aandelen van een bepaalde soort of aanduiding bijzondere rechten als in de statuten omschreven inzake de zeggenschap in de vennootschap te verbinden.