Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/2.2.1
2.2.1 De Berner Conventie en de keuze voor het beginsel van nationale behandeling
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468808:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Pillet 1924, p. 34. Eerder waren er al enkele multilaterale regelingen tot stand gekomen, maar dat was doorgaans binnen een groep nauw verbonden staten zoals de Duitse en de Italiaanse staten, zie Ladas 1938, p. 44-45.
Sinds het internationale literaire congres in Brussel in 1858 werd deze wens bij verschillende congressen en door verschillende verenigingen herhaald. Zie onder meer Romberg 1859, Tome I, p. 175; Darras 1887, p. 519 e.v.; De Beaufort 1909, p. 56; Ladas 1938, p. 71 e.v.; Khadjavi-Goutard 1977, p. 10 e.v.; Ricketson & Ginsburg 2006, p. 44 e.v. Overigens lijkt de Leidse boekhandelaar Elie Luzac, Nederlander van Frans-Hugenootse afkomst, de eerste te zijn geweest die in dit verband een multilaterale regeling voorstelde, zulks reeds in 1748 in het kader van de Vredesconferentie te Aken. Met dit wapenfeit heeft men vroeger wel getracht de toch karige Nederlandse bijdrage aan de internationale ontwikkeling van het auteursrecht op te vijzelen (vgl. Bureau de l'Union, DdA 1891, p. 3). Een punt van ernstige overweging is het initiatief anno 1748 kennelijk niet geweest. Zie Rtithlisberger 1906, p. 1; De Beaufort 1909, p. 39; Wauwermans 1910, p. 5-6.
Zie ook Actes BC 1884, p. 41-43 (Rapport de la Commission): 'traitement national pur et simple', ook wel absolute of complete assimilatie genoemd (zie bijvoorbeeld Bureau de l'Union, DdA 1895, p. 162). 'Traitement national pur et simple' liet de lex originis-uitzondering betreffende formaliteiten onverlet; die uitzondering werd immers niet gezien als een ondermijnende uitzondering.
Resolutie nr, zie Ratisbonne, Lermina & Pouillet 1889, p. 2-3. Zie voorts Celliez 1878; Paquy 1884, p. 144145; Stewart 1989, p. 39, noot 4; Röthlisberger 1906, p. 6; Khadjavi-Goutard 1977, p. 6 e.v. In Resolutie V werd de lex originis-uitzondering inzake formaliteiten voorgesteld.
Ratisbonne, Lermina & Pouillet 1889, p. 182 e.v.; Actes BC 1884, p. 7 e.v. (ontwerp-verdrag Association Littéraire Internationale); Bureau de l'Union, DdA 1888, p. 4; Ricketson & Ginsburg 2006, p. 52 e.v. De `Association Littéraire Internationale' werd later omgedoopt tot de 'Association Littéraire et Artistique Internationale' (`ALAI').
Om precies te zijn: zij trad toen in werking voor België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittanië, Haïti, Italië, Spanje, Tunesië en Zwitserland (Liberia, dat in 1886 ook had getekend, was afgehaakt). Zie Actes BC 1896, p. 19 (Liste des pays membres de l'Union).
Actes BC 1884, p. 23 (Procès-verbaux, opmerking Nederlandse gedelegeerde Verwey); Actes BC 1885, p. 34 (idem).
Actes BC 1885, p. 81 (Textes adoptés); Röthlisberger 1906, p. 52; De Beaufort 1909, p. 68.
Actes BC 1886, p. 14 (Procès-verbaux, openingsrede voorzitter Droz); Actes BC 1908, p. 227 (Rapport de la Commission).
Nederland was niet vertegenwoordigd tijdens de Parijse conferentie in 1896. Ad audiendum was het wel vertegenwoordigd tijdens de Berlijnse herzieningsconferentie in 1908. Per 1 november 1912 trad de herziene Berner Conventie voor Nederland in werking, zie Stb. 1911, 197 en Stb. 1912, 323. De eerste versies van de conventie hebben dus nooit voor Nederland gegolden.
Zie art. 1 en de preambule. Actes BC 1884, p. 40 (Rapport de la Commission): 'également animés du désir de protégér d'une manière efficace et aussi uniforme que possible les droit d'auteur sur les oeuvres littéraires et artistiques.' Deze tekst is nog immer onderdeel van de preambule. Over het begrip 'Unie', zie Ricketson & Ginsburg 2006, p. 218 e.v.; Drexl 1990, p. 40 e.v.
Zie Actes BC 1884, p. 20 (Procès-verbaux, openingsrede voorzitter Droz): '(...) d'arriver á créer un regime véritablement protecteur des droits, et á cet effet de jeter les bases d'une Union universelle, qui aura pour but d'établir, sinon de prime saut, du moins successivement, l'uniformité de principes et d'application des principes que peut comporter l'organisation des différents Etats.'
Actes BC 1884, p. 21 (Procès-verbaux, openingsrede voorzitter Droz).
De Duitse delegatie had de vraag aan de orde gesteld of men niet, in plaats van een verdrag op basis van het beginsel van nationale behandeling, een alomvattende internationale codificatie van het auteursrecht van de Unielanden moest opstellen. Men achtte de tijd daarvoor evenwel niet rijp. Zie Actes BC 1884, p. 24 en p. 2829 (Procès-verbaux); Droz 1885 (Réponse), p. 163; Lavollée 1887, p. 361; Bureau de l'Union, DdA 1888, p. 12; Ricketson & Ginsburg 2006, p. 62 e.v.
Röthlisberger 1906, p. 22. Onjuist is derhalve de stelling, die tegenwoordig door sommigen wordt geponeerd, dat de verdragsopstellers de vraag naar de toepasselijke wet vermeden omdat ze die te moeilijk vonden (in die zin bijvoorbeeld Batiffol 1971, p. 273; Locher 1993, p. 9; vgl. ook Schack 1979, p. 32). Vgl. ook de discussie over art. 10 lid 2 betreffende muziekwerken: de Commissie merkte op dat met de woorden 'conformément á la législation de chacun des pays de l'Union' in die bepaling werd bedoeld dat 'la législation applicable (...) est celle du pays aft la protection est réclamée', zie Actes BC 1884, p. 55 (Rapport de la Commission). Terzijde zij in dit verband opgemerkt dat het Berner project ook uitgebreid werd besproken in het toonaangevende IPRtijdschrift Journal du Droit International Privé (Clunet), onder meer door de voorzitter zelf van de Berner conferenties, Droz, die tijdens het wordingsproces van de Berner conventie hierover een aantal artikelen schreef (Droz 1884, p. 441-462; Droz 1885 (Deuxième conférence), p. 481-504 en Droz 1885 (Réponse), p. 163 e.v.).
Röthlisberger 1906, p. 22, schetste het kruispunt als volgt: 'Bei dieser vorwiegenden Berückzichtigung des Landesrechts (...) konnte man zwei verschiedene Wege einschlagen: Entweder die völlige Gleichstellung der Verbandsautoren mit den Landesautoren aussprechen, also den Verbandsangehörigen in jedem Staate die gleiche gesetzliche Behandlung zuteil werden lassen wie den Einheimischen oder aber eine andere gegenseitige Behandlung in dem Sinne postulieren, dass die Verbandsstaaten sich verpflichteten, das fremde Gesetz, das Gesetz desjenigen Landes, in dem ein Verbandsautor ein Werk veröffentlicht, diesem Werke gegenüber auch bei sich anzuwenden.' Zie ook Darras 1887, p. 684; Briggs 1906, p. 276-277.
Renault in: Lyon-Caen & Delalain 1889, Tome II, p. 249: 'elle a joué tut grand rftle dans les discussions qui ont précédé la signature de la Convention d'Union du 9 septembre 1886.' (vgl. ook alinea's 106 en 141 hiervoor); Lyon-Caen 1884, p. 440; Renault in: Lyon-Caen & Delalain 1889, Tome II, p. 251 e.v.; Dambach 1883, p. 2-3. Dambach was betrokken bij de totstandkoming van het Frans-Duitse verdrag (vgl. Ratisbonne, Lermina & Pouillet 1889, p. 158) en nam later als Duitse gedelegeerde aan de Berner conferenties.
Art. 2 van het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883: 'Les sujets ou citoyens de chacun des Etats contractants jouiront, dans tous les autres Etats de l'Union, en ce qui concerne les brevets d'invention, les dessins ou modèles industriels, les marques de fabrique ou de commerce et le nom commercial, des avantages que les lois respectives accordent actuellement ou accorderont par la suite aux nationaux. En conséquence, ils auront la même protection que ceux-ci et le même recours légal contre toute atteinte portée á leurs droits, sous reserve de l'accomplissement des formalités et des conditions imposées aux nationaux par la Iégislation intérieure de chaque Etat.' Vgl. ook Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 76 r.k. Het beginsel van nationale behandeling in het Verdrag van Parijs komt nog aan de orde in hoofdstuk 4.
Met betrekking tot de 'Association Littéraire Internationale', zie Actes BC 1884, p. 7 (ontwerp-verdrag Association Littéraire Internationale); Ratisbonne, Lermina & Pouillet 1889, p. 182; zie ook Clunet 1887, p. 12 e.v. Met betrekking tot de `Société des Gens de Lettres', zie alinea 168 hiervoor.
Actes BC 1884, p. 11 (ontwerp-conventie Zwitserse Bondsraad), zie alinea 177 hierna.
Droz 1884, p. 449.
Fliniaux 1879, p. 143.
Zie noot 16 van dit hoofdstuk 2.
Röthlisberger 1906, p. 23; Bureau de l'Union, DdA 1895, p. 162. Het gaat om het Frans-Zwitserse verdrag van 23 februari 1882, alsmede zijn voorganger, het verdrag van 30 juni 1864 (Lyon-Caen & Delalain 1889, Tome II, p. 363 e.v.). Zie ook Dunant 1892, p. 245 e.v.; Ladas 1938, p. 51.
Actes BC 1884, p. 41-42 (Rapport de la Commission); Droz 1884, p. 448-449; Bureau de l'Union, DdA 1895, p. 163; Röthlisberger 1906, p. 22-23 en p. 99; Desbois, Frangon & Kerever 1976, p. 13-14 en p. 150-151.
Röthlisberger 1906, p. 23.
Zie ook Desbois, Frangon & Kerever 1976, p. 151.
Zie Actes BC 1885, p. 39 (Rapport de la Commission): 'Animée du désir de voir le plus grand nombre possible de pays entrer dans l'Union, (...).'
Actes BC 1884, p. 30 (Procès-verbaux, opmerking Franse gedelegeerden Ulbach en Arago): 'le système du traitement national (...) dispenant le juge de connaltre les lois de tous les pays étrangers.' Zie ook Bureau de l'Union, DdA 1895, p. 162; Briggs 1906, p. 277. Dit bezwaar komt ook naar voren in de travaux préparatoires van de conferentie van 1885, zie Actes BC 1885, p. 41 (Rapport de la Commission), waar de Commissie over toepassing van de lex originis ingevolge een materiële-reciprociteitsuitzondering opmerkte: 'Or, un tel système aurait le grave inconvénient d'exiger soit des tribunaux, soit des éditeurs, une connaissance approfondie de toutes les législations particulières, et serait ainsi contraire á la notion même de l'Union qu'on veut créer.' Dat praktische bezwaar tegen toepassing van de lex originis geldt evenzeer in het kader van een conflictenrechtelijke verwijzing naar die wet. Zie ook Droz 1885 (Deuxième conférence), p. 487-488. Ongetwijfeld zullen de Zwitserse ervaringen met de lex originis-conflictregel ('eine sehr heikle Aufgabe') ook een rol gespeeld hebben, zie Röthlisberger 1906, p. 23.
Art. 2 van de ontwerp-conventie van de Zwitserse Bondsraad (Actes BC 1884, p. 11).
Art. 1 van het Frans-Duitse verdrag van 19 april 1883 (Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 70). Zie ook alinea 105 hiervoor over de voorganger van dit verdrag, het Frans-Pruisische verdrag van 1862. Vgl. ook Lavollée 1887, p. 361.
Actes BC 1884, p. 43 (Rapport de la Commission, opmerking Franse gedelegeerde Lavollée); met 'ce changement' werd gedoeld op de schrapping van deze zinsnede.
Actes BC 1884, p. 43 (Rapport de la Commission, opmerking Franse gedelegeerde Lavollée; de voorzitter constateerde 'que la Conférence est d'accord sur ce point'); Soldan 1887, p. 408; Dunant 1892, p. 216-217. Dat is overigens een conclusie die men alleen kan trekken indien men de conflictenrechtelijke betekenis van het beginsel van nationale behandeling onderkent.
Art. 2 van de ontwerp-conventie van 1884, zie Actes BC 1884, p. 77 (Textes adoptés). Zie alinea 225 hierna voor de uiteindelijke versie van 1886.
Zie ook Darras 1887, p. 602; Röthlisberger 1906, p. 24; Khadjavi-Goutard 1977, p. 17. Zie ook Cattreux 1889, p. 88: '(...) les mêmes avantages en matière de propriété littéraire et artistique — c'est-à-dire les mêmes droits de propriété.' Over de rechtsopvolgers, zie ook alinea's 1050 en 1056 hierna.
Art. 2 van de ontwerp-conventie van 1885, zie Actes BC 1885, p. 74 (Textes adoptés).
Vgl. art. 5 lid 1 van de huidige conventie, zie par. 3.4.
Art. 2 van de Conventie van Montevideo van 11 januari 1889, Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 39 en p. 536; Royer 1942, p. 278, zie ook p. 114 e.v. en p. 132 e.v.; Weiss 1908, p. 296; Ladas 1938, p. 635 e.v. en p. 654 e.v. Overigens bevatte art. 4 van deze conventie een materiële-reciprociteitsuitzondering waardoor de wet van het land van import moest worden geconsulteerd: de beschermingsduur onder de lex originis mocht worden ingekort tot een eventueel kortere duur van de wet van het land van import. Met de toepasselijkverklaring van de lex originis was in vreemdelingenrechtelijk opzicht echter nog niets bepaald, zodat de verdragsluitende staten zich gedwongen zagen nog een aanvullende bepaling over non-discriminatie op te nemen, zie art. 1 van het Protocole additionel van 12 februari 1889 (in de Franse vertaling: 'Les lois des États contractants seront appliquées, les cas échéant, que les personnes intéressées dans l'affüre juridique dont il s'agit soient des nationaux ou des étrangers.', zie Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 42 en p. 539; DdA 1897, p. 3-4). Toepasselijkheid van de lex originis bleef gehandhaafd in de herziene Conventie van Montevideo van 1939 (Royer 1942, p. 133). Ook de Conventie van Caracas van 17 juli 1911 kent een lex originis-conflictregel, zelfs zonder de duur-uitzondering van de Conventie van Montevideo; zie Royer 1942, p. 115 en p. 134; Ladas 1938, p. 657.
Bureau de l'Union, DdA 1895, p. 162; Briggs 1906, p. 277. Om bescherming voor hun auteurs in Latijns-Amerika zeker te stellen traden sommige landen van de Berner Unie niettemin toe tot de Conventie van Montevideo (vgl. Bureau de l'Union, DdA 1937 (Conventions), p. 27). In zijn bespreking van de Conventie van Montevideo constateerde Röthlisberger 1901, p. 177, dat deze conventie met haar curieuze (!) keuze voor de lex originis de conflictenrechtelijke tegenpool van de Berner Conventie is: 'Néanmoins, ce n'est pas le régime de l'assimilation de l'auteur étranger au national, qui a été adopté, comme c'est le cas pour la Convention de Berne, mais, chose curieuse, le régime opposé. Eauteur jouit dans les autres pays signataires des droits dont l'a investi la loi du pays de première publication. (...) dans le régime créé par la Convention de Montevideo, la loi du pays d'origine constitue pour l'ceuvre une sorte de statut personnel, elle l'accompagne dans les autres pays signataires et l'entoure de ses garanties, sauf qu'elle ne peut lui assurer une durée de protection plus longue que celle dont jouit l'ceuvre du national.' Röthlisberger is kritisch over de keuze van Montevideo voor de lex originis als uitgangspunt.
Reeds in 1910: Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 3 (`irréalisable'). Voorts: Boytha 1988, p. 406; Fawcett & Torremans 1998, p. 475. Spoendlin 1988, p. 18 noemt het verdrag een 'Kuriosum' om zijn lex originis-conflictregel. Over de slechte sfeer waarin het verdrag tot stand kwam, zie Zeballos 1897, p. 11.
168. Roep om multilateraal verdrag. Door de zojuist beschreven problemen in het stelsel van bilaterale verdragen groeide de behoefte aan een multilateraal verdrag dat duidelijkheid en uniformiteit bracht.1 Tijdens verschillende congressen had de roep om een dergelijk verdrag reeds weerklonken.2 Daarbij werd steevast opgeroepen tot invoering van zuivere nationale behandeling: nationale behandeling zonder de complicerende uitzonderingen, "traitement national pur et simple".3 Zo bepleitte de `Société des Gens de Lettres' tijdens haar internationale congres in 1878 in glasheldere woorden: "Toute oeuvre littéraire, scientifique ou artistique, sera traitée, dans les pays autres que son pays d'origine, suivant les mêmes lois que les oeuvres d'origine nationale." 4
169. Totstandkoming Berner Conventie. Tegen deze achtergrond — de problemen in het stelsel van bilaterale verdragen en de roep om één duidelijk verdrag — kwam de Berner Conventie tot stand. De 'Association Littéraire Internationale' nam het initiatief. Zij kwam in 1883 in Bern bijeen, stelde een ontwerp voor een internationale regeling op, en bood deze aan aan de Zwitserse Bondsraad.5 De Bondsraad nam de fakkel over, stelde een ontwerp-conventie op, en riep een diplomatieke conferentie bijeen. In 1884 werd in Bern de eerste diplomatieke conferentie gehouden ter voorbereiding van de beoogde conventie. Nog twee diplomatieke conferenties zouden in Bern volgen, in 1885 en 1886, voordat de conventie een feit was: de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886. Ruim een jaar later, op 5 december 1887, trad de conventie in werking voor negen landen, waaronder belangrijke mogendheden als Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittanië.6 Nederland, dat in die tijd alom werd beschuldigd van `piraterie littéraire', werd tijdens de conferenties in 1884 en 1885 `á titre consultatif' vertegenwoordigd door zijn consul-generaal Verwey.7 Verwey ondertekende de ontwerp-conventie van 1885, maar Nederland trad niet tot de conventie toe.8 Op de overwegend ceremoniële slotconferentie in 1886 liet Nederland verstek gaan.9 Het zou nog een kwart eeuw duren voordat Nederland tot de Berner Conventie, in haar Berlijnse versie van 1908, toetrad.10
170. Doelstelling Berner Conventie. De Berner verdragsopstellers hadden een Unie voor ogen die zich de bescherming van de rechten van de auteur op zijn werken van letterkunde en kunst ten doel stelde, een Unie van landen die elkaar vinden in de wens om op een zo doeltreffend en eenvormig mogelijke wijze deze rechten te beschermen.11 Daarvoor, zo realiseerde men zich, was tenminste uniformiteit van uitgangspunten vereist.12
171. Onderhavige problematiek. De verdragsopstellers in Bern waren zich ter dege bewust van de problematiek van de uitzonderingen op het beginsel van nationale behandeling. Zij was tenslotte mede aanleiding voor het Berner project. Het was dan ook de eerste vraag die de voorzitter van de conferenties, de Zwitser Droz, in Bern te berde bracht. Reeds in zijn openingsrede tijdens de eerste conferentie, in 1884, hield hij de gedelegeerden voor:
"Une première question qui s'imposera à votre examen est celle du système qui doit servir de base à wie convention générale. Admettra-t-on que chaque Etat doit appliquer aux étrangers le traitement national, ou, comme certains jurisconsultes l'ont proposé, que l'auteur sera en quel-que sorte suivi dans tous les Etats par la loi du pays d'orgine? Si, comme le Conseil fédéral vous le propose, le premier système est adopté, comment la durée de la protection, qui varie tellement d'Etat à Etat, sera-t-elle calculée? Sera-ce d'après la loi du pays d'origine ou d'après la loi nationale? (...) Sans vouloir empiéter sur les délibérations qui vont suivre, je me permets de dire que si wie solution uniforme peut être admise, quelle qu'elle soit, elle vaudra mieux que la diversité, — me pardonnerez-vous de dire la confusion? — qui règne actuellement dans les conventions."13
172. Uitgangspunt. Even werd nog met de gedachte gespeeld om een eenvormige internationale regeling van het auteursrecht op te stellen. Deze opzet achtte men echter onhaalbaar.14 Net als bij de bilaterale verdragen, moest auteursrechtelijke bescherming dus worden geleverd door een nationale wet — maar welke nationale wet? Met zijn hierboven geciteerde vraag naar het algemene uitgangspunt van de conventie had Droz het conflictenrecht aan de orde gesteld. Dit algemene uitgangspunt werd door de Berner verdragsopstellers vervolgens zeer doelbewust gekozen: "Die Annahme und Verwirklichung dieses Grundsatzes war eine sehr zielbewusste", zo meldde Mithlisberger.15
173. Besluitvorming. Men zag zich, zoals ook blijkt uit Droz' openingsrede, gesteld voor de keuze tussen het beginsel van nationale behandeling en de lex originis.16
174. Er was een vanzelfsprekende en sterke voorkeur voor het beginsel van nationale behandeling en de daarin vervatte conflictenrechtelijke oplossing van toepasselijkheid van de wet van het land van import. Dit beginsel werd immers gehuldigd in vrijwel alle bilaterale verdragen, het was uitgegroeid tot het leidende beginsel in het internationale auteursrecht. Dit was het beginsel dat één jaar eerder was neergelegd in twee toonaangevende verdragen die in Bern model stonden: het Frans-Duitse auteursrechtverdrag van 188317, en het Verdrag van Parijs van 1883 tot bescherming van de industriële eigendom.18 Dit was het beginsel waarvoor gerenommeerde verenigingen als de 'Association Littéraire Internationale' en de `Société des Gens de Lettres' hadden gepleit.19 Dit was het beginsel dat door de Zwitserse gastheren van de conferentie werd voorgesteld; zij namen het beginsel van nationale behandeling van het Verdrag van Parijs bijna geheel woordelijk in hun voorstel over.20
175. Niettemin: ondanks deze vanzelfsprekende voorkeur voor het beginsel van nationale behandeling, bracht Droz met zijn vraagstelling óók de lex originis te berde. Als alternatief voor het beginsel van nationale behandeling noemde hij de mogelijkheid om de lex originis tot algemeen uitgangspunt (dus: tot toepasselijke wet) te maken, en hij verwees daarbij naar het voorstel van `certains jurisconsultes'. Daarmee doelde hij, zo blijkt ook uit Droz' geschriften, op Fliniaux.21 Zo kwam Fliniaux' voorstel in Bern ter tafel. Dat Droz de lex originis als alternatief presenteerde, getuigt overigens van een voor die tijd opmerkelijke ruimdenkendheid. De hegemonie van het beginsel van nationale behandeling was immers onbetwist, en toepasselijkheid van de lex originis was — in Fliniaux' eigen woorden een "révolution complète dans les idées généralement regues." 22 Overigens was enige praktijkervaring met toepasselijkheid van de lex originis in de Berner conferentiezaal aanwezig. Zwitserland, het gastland van de conferentie, had er in de praktijk ervaring mee opgedaan in zijn bilaterale auteursrechtverdragen, zoals bijvoorbeeld met Frankrijk. Het land had immers vóór 1883 nog geen federale auteurswet, zodat wederkerige nationale behandeling voor de andere verdragsluitende partij niet meer dan een lege huls zou zijn geweest; daarom werden verdragen met Zwitserland op de leest van de lex originis geschoeid.23 En de Zwitserse ervaringen waren ronduit negatief. Het was, in de woorden van de Zwitser Röthlisberger, "eine sehr heikle Aufgabe." 24 Dat de Zwitserse gastheren in hun ontwerp-conventie het beginsel van nationale behandeling voorstelden was dus niet slechts ingegeven door traditie, maar ook door eigen ervaringen.
176. Keuze voor beginsel van nationale behandeling. Tezamen genomen was de lex originis geen reële conflictenrechtelijke optie, en het mag dan ook geen verwondering wekken dat de Berner verdragsopstellers — net als de verdragsopstellers van het Verdrag van Parijs enkele jaren eerder — kozen voor het beginsel van nationale behandeling, en daarmee voor toepasselijkheid van de wet van het land van import.25 Stellig verwierpen zij de lex originis als uitgangspunt van de conventie: "Mit sicherm Ermessen wurde deshalb auf diese Lösung verzichtet (...)", aldus Röthlisberger.26 De motieven van de verdragsopstellers om voor het beginsel van nationale behandeling te kiezen en verwijzing naar de lex originis te verwerpen lijken overigens eerder pragmatisch ingegeven dan theoretisch onderbouwd.27 De verdragsopstellers zochten aansluiting bij de heersende voorkeur voor het beginsel van nationale behandeling omdat zij een verdrag wilden opstellen dat in de praktijk op brede steun zou kunnen rekenen.28 Aan revoluties zoals die van Fliniaux, had men geen behoefte. Een andere overweging die een rol gespeeld lijkt te hebben, is de volgende. Toepasselijkheid van de lex originis betekent toepassing van verschillende rechtsstelsels. Dat vergt van rechters en andere betrokkenen een gedetailleerde kennis van al deze rechtsstelsels — en dat vond men bezwaarlijk.29 Aldus werd het beginsel van nationale behandeling tot uitgangspunt van de conventie gekozen. Dit werd, in de woorden van voorzitter Droz, het "système de base" van de conventie. Direct volgend op het eerste artikel, krachtens welke de Unie werd opgericht, werd in artikel 2 het beginsel van nationale behandeling geproclameerd.
177. Redactie. Aan de redactie werd gedurende de verschillende conferenties het nodige gesleuteld. Uit de verschillende aanpassingen blijkt dat men welbewust op zoek was naar de duidelijkste redactie en dat men niet klakkeloos traditionele formuleringen overnam. De Zwitserse Bondsraad, die vrijwel woordelijk het beginsel van nationale behandeling van het Verdrag van Parijs van 1883 had overgenomen, had de volgende formulering in zijn ontwerp-conventie voorgesteld:
"Les sujets ou citoyens de chacun des Etats contractants jouiront dans tous les autres Etats de l'Union, en ce qui concerne la protection des droits des auteurs sur leurs ceuvres littéraires et artistiques, des avantages que les lois respectives accordent actuellement ou accorderont par la suite aux nationaux. En conséquence, ils auront la même protection que ceux-ci et le même recours légal contre toute atteinte portée à leurs droits, sous réserve de l'accomplissement des formalités et des conditions prescrites par la législation du pays d'origine." 30
178. De conferentie van 1884 nam echter de vormgeving tot uitgangspunt die was gebruikt in (onder meer) het Frans-Duitse verdrag van 1883, luidende:
"Les auteurs d'ceuvres littéraires ou artistiques, que ces ceuvres soient publiée ou non, jouiront dans chacun des deux pays réciproquement, des avantages qui y sont ou y seront accordés par la loi pour la protection des ouvrages de littérature ou d'art, et ils auront la même protection et le même recours légal contre toute atteinte portée à leurs droits que si cette atteinte avait été commise à l'égard d'auteurs nationaux." 31
179. Een aantal aanpassingen werden doorgevoerd. Zo werd deze redactie aangepast aan het multilaterale karakter van de Berner Conventie. Verder werd, waarschijnlijk om een chicaneuze beperkende uitleg te voorkomen, niet over 'auteurswetten' maar over 'de wetten' gesproken.
180. Ten slotte werd de laatste zinsnede over "la même protection et le même re-cours légal" geschrapt. Daarmee week men bewust af van de praktijk in de bilaterale verdragen en het Verdrag van Parijs. De Franse gedelegeerde Lavollée had deze schrapping voorgesteld:
"Cette stipulation, qui se retrouve dans presque toutes les conventions actuellement en vigueur, est, il est vrai, implicitement comprise dans le principe général consacré par le § ler de l'article proposé; peut-être, en la formulant expressément, aurait-on prévenu toute incertitude et toute hésitation dans l'esprit des autorités qui seront chargées d'appliquer la convention. Dans tous les cas, il doit être bien entendu que ce changement de forme n'implique aucune modification quant au fond." 32
181. Zijn voorstel werd met algemene instemming overgenomen. Men achtte deze zinsnede overbodig: dat de vreemde Unie-auteurs dezelfde bescherming en dezelfde rechtsmiddelen zullen hebben, volgt immers reeds uit het beginsel van nationale behandeling, zo concludeerden zij.33 In de ontwerp-conventie van 1884 werd het beginsel van nationale behandeling vervolgens als volgt geformuleerd:
"Les auteurs ressortissant à l'un des pays contractants jouiront, dans tous les autres pays de l'Union, pour leurs oeuvres, soit manuscrites ou inédites, soit publiées dans un de ces pays, des avantages que les lois respectives accordent actuellement ou accorderont par la suite aux nationaux." 34
182. De conferentie van 1885 schaafde nog wat aan deze tekst. Zo kregen de rechtsopvolgers van de auteur een plaats toebedeeld, en werd "avantages" zonder nadere toelichting vervangen door het duidelijkere "droits".35 Op de tekentafel van 1885 zag de tekst er als volgt uit:
"Les auteurs ressortissant à l'un des pays de l'Union, ou leurs ayants cause, jouissent, dans les autres pays, pour leurs oeuvres, soit publiées dans un de ces pays, soit non publiées, des droits que les lois respectives accordent actuellement ou accorderont par la suite aux nationaux." 36
183. In deze redactie werd het beginsel van nationale behandeling uiteindelijk in de conventie van 1886 opgenomen. En dit is de tekst die — in zijn essentie — nog immer geldend recht vormt.37
184. Conventie van Montevideo 1889. Nadat de Berner verdragsopstellers kozen voor het beginsel van nationale behandeling, sloeg men in Latijns-Amerika enkele jaren later de andere weg in. De verdragsopstellers van de Conventie van Montevideo, die in 1889 werd gesloten tussen enkele Latijns-Amerikaanse landen, kozen voor toepasselijkheid van de lex originis:
"L'auteur de toute oeuvre littéraire ou artistique et ses successeurs jouiront, dans les Etats signataires, des droits que leur accorde la loi de l'Etat mi aura lieu la première publication ou production de cette oeuvre." 38
185. De keuze van Montevideo ontging de Berner gemeenschap niet en men prees zich gelukkig dat de opstellers van de Berner Conventie de onwerkbare lex originis-toepasselijkheid hadden verworpen.39 De Conventie van Montevideo is inderdaad geen succes geworden.40 Zij is in de mist der tijden verdwenen, terwijl de Berner Conventie is uitgegroeid tot de wereldwijde standaard.