Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/1.3.1.2:1.3.1.2 Deel II en III: Juridisch-dogmatische analyse
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/1.3.1.2
1.3.1.2 Deel II en III: Juridisch-dogmatische analyse
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS302838:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
31. In deel II van dit boek beschrijf ik het Nederlandse vermogensrecht dat betrekking heeft op het aanvullen van subjectieve rechten, zodat ik in deel III kan bekijken of de wijze waarop dit gebeurt in overeenstemming is met hetgeen men op basis van deel I zou verwachten. De reden dat ik voor Nederlands recht heb gekozen, is dat ik me in dit rechtsstelsel het meest thuis voel en ik het onderzoek grotendeels aan een Nederlandse universiteit heb uitgevoerd. Het zou voor een andere onderzoeker echter evengoed mogelijk moeten zijn om een ander vermogensrechtelijk systeem langs de ‘meetlat’ van deel I te leggen.
32. Deel II van dit boek is het resultaat van ‘klassiek’ juridisch-dogmatisch onderzoek.1 Ik gebruik in dit deel een intern perspectief. Het gebruik van een intern perspectief houdt in dat de onderzoeker het geldende recht beschrijft op basis van de in het onderzochte rechtsstelsel geldende bronnen (in dit geval wet, wetsgeschiedenis, rechtspraak en literatuur) en deze bronnen vervolgens ‘bewerkt’ door uit te leggen, te analyseren en te bekritiseren om vervolgens eventueel tot voorstellen voor verbetering te komen.2 Voor het uitleggen, analyseren, bekritiseren en verbeteren gebruikt de onderzoeker een theoretisch kader.3 Het theoretisch kader dat ik gebruik wordt uiteengezet in deel I. Het analyseren, bekritiseren en verbeteren van het geldende recht vindt plaats in deel III. Het doel dat ik in deel II nastreef, is om het geldende recht op een systematische wijze te ordenen en te presenteren. Het is niet altijd eenvoudig om dat neutraal te doen: “Beschrijvende rechtswetenschap constateert niet alleen, maar door selectie uit het materiaal en door keuze bij tegenstrijdigheden bepaalt zij ook wat geldend recht is.”4 Het onderscheid tussen het recht zoals het ‘is’ en het recht zoals het zou moeten zijn, is dan ook vloeiend – zeker wanneer men het probeert op te schrijven.5 In plaats van een volledig neutrale beschrijving van het Nederlandse recht heb ik er in deel II daarom voor gekozen om, steeds waar ik een standpunt over het geldende recht inneem waarover geen of vooral andersluidende literatuur bestaat, aan te geven dat het mijn eigen opvatting betreft.