NJB 2025/760
Recht op horen van getuigen post-Keskin en overleden getuige, art. 6 EVRM: herhaling en toepassing vaste beoordelingskader. In casu heeft de verdediging niet het ondervragingsrecht ten aanzien van een getuige kunnen uitoefenen, omdat deze getuige is overleden al voordat het hof het verzoek tot het horen van deze persoon als getuige had toegewezen. Het hof kon oordelen dat het proces als geheel eerlijk is verlopen en dat de verklaring van de getuige voor het bewijs kan worden gebruikt in overeenstemming met art. 6 EVRM. Daartoe telt dat de verklaring van de getuige niet uitsluitend of in beslissende mate redengevend is voor het bewijs van het tenlastegelegde feit, maar dat zij één van de, die aangifte ondersteunende, bewijsmiddelen vormt. Het hof heeft voor wat betreft dat overige steunbewijs gewezen op een door de verdachte ingesproken geluidsfragment op de telefoon van de aangeefster, op het feit dat de verdachte na de tenlastegelegde bedreiging vele malen heeft geprobeerd de aangeefster te bellen, en op de aard en inhoud van de door de aangeefster naar de politie gestuurde WhatsApp-berichten toen de verdachte de middag na de tenlastegelegde bedreiging bij haar huis stond. Daarnaast is de raadsman van de verdachte in de gelegenheid geweest om de aangeefster te ondervragen bij de raadsheer-commissaris.
HR 01-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:494
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/04315
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:494, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:146, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑02‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Recht op horen van getuigen post-Keskin en overleden getuige, art. 6 EVRM: herhaling en toepassing vaste beoordelingskader. In casu heeft de verdediging niet het ondervragingsrecht ten aanzien van een getuige kunnen uitoefenen, omdat deze getuige is overleden al voordat het hof het verzoek tot het horen van deze persoon als getuige had toegewezen. Het hof kon oordelen dat het proces als geheel eerlijk is verlopen en dat de verklaring van de getuige voor het bewijs kan worden gebruikt in overeenstemming met art. 6 EVRM. Daartoe telt dat de verklaring van de getuige niet uitsluitend of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.