FED 2014/66
Spaanse woning niet aangemerkt als ‘hoofdverblijf’
HR 13-06-2014, ECLI:NL:HR:2014:1378, m.nt. P. van der Wal
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 juni 2014
- Magistraten
Schaap, Van Loon, Fierstra, Groeneveld, Wortel
- Zaaknummer
13/01704
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
P. van der Wal
- JCDI
JCDI:ADS273710:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑06‑2014
ECLI:NL:HR:2014:1378, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑06‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:337, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑03‑2014
- Wetingang
Art. 3.111 Wet IB 2001; art. 4, 16, 67d AWR
Essentie
Spaanse woning niet aangemerkt als ‘hoofdverblijf’
Uitspraak
Het geschil betreft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2004.
Hof Amsterdam 28 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4642: Het hof stelt voorop dat slechts bij hoge uitzondering een woning in het buitenland een belastingplichtige als ‘hoofdverblijf’ ter beschikking zal staan. Belanghebbende heeft geen, althans onvoldoende, feiten en omstandigheden gesteld – en die zijn ook overigens niet gebleken – waaruit volgt dat zich in casu een dergelijke uitzonderingssituatie heeft voorgedaan. Reeds op die grond – en gelet op ’s hofs oordeel dat belanghebbende met Nederland een duurzame band van persoonlijke aard had – moet belanghebbendes standpunt dat de Spaanse ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.