Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/5.1:5.1 Inleiding
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS415710:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk is de foutenleer enerzijds gekarakteriseerd als een door de Hoge Raad gegeven oplossing voor de situatie dat bij het bepalen van de jaarwinst een conflict optreedt tussen het beginsel der balanscontinuïteit en het jaarwinstbeginsel. Anderzijds is de foutenleer aangeduid als een methode, waarmee fouten in de winstsfeer kunnen worden hersteld. Zoals wordt geconstateerd in de hoofdstukken 6 tot en met 8 – in deze hoofdstukken is aan de orde of, en zo ja, op welke wijze, totaalwinstfouten, jaarwinstfouten en fouten in de oudedagsreserve door toepassing van de foutenleer kunnen worden hersteld – kan niet elke fout worden aangemerkt als een fout in de zin van de foutenleer (hierna ook: foutenleer-fout).
Om er zicht op te krijgen welke fouten kunnen worden aangemerkt als foutenleer-fouten, wordt in dit hoofdstuk aan de hand van literatuur en jurisprudentie stilgestaan bij de kenmerken van een foutenleer-fout. Daarbij beperk ik mij tot foutenleer-fouten in de winstsfeer. Foutenleer-fouten in de sfeer van de oudedagsreserve komen in hoofdstuk 8 afzonderlijk ter sprake. Voorts wordt in dit hoofdstuk onderzocht in hoeverre bij de beoordeling of sprake is van een fout in de zin van de foutenleer, van belang is door wie of wat de fout is veroorzaakt.