T&C Strafrecht, commentaar op art. 249 Sr:Ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen (Misdrijven tegen de zeden geldend tot 1 juli 2024)
T&C Strafrecht, commentaar op art. 249 Sr
Ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen (Misdrijven tegen de zeden geldend tot 1 juli 2024)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
S.M.A. Lestrade, actueel t/m 20-11-2025
Actueel t/m
20-11-2025
Tijdvak
26-01-2022 tot: 01-07-2024
Auteur
S.M.A. Lestrade
Vindplaats
T&C Strafrecht, commentaar op art. 249 Sr
Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
De bescherming van afhankelijke personen tegen seksuele handelingen staat in dit delict centraal. Zie voor de verhouding tot art. 242: HR 2 december 2003, NJ 2004/78. In lid 1 gaat het om door hun leeftijd afhankelijke, minderjarigen, in lid 2 om functioneel afhankelijken, zoals patiënten. De Hoge Raad heeft voor lid 1 geëxpliciteerd dat het gaat om gevallen waarin de hoedanigheid van de dader ‘telkens een min of meer grote mate van afhankelijkheid ten opzichte van de dader meebrengt, terwijl de dader aan die hoedanigheid een zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen’. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Strafrecht, commentaar op art. 249 Sr
Ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen (Misdrijven tegen de zeden geldend tot 1 juli 2024)
S.M.A. Lestrade, actueel t/m 20-11-2025
20-11-2025
26-01-2022 tot: 01-07-2024
S.M.A. Lestrade
T&C Strafrecht, commentaar op art. 249 Sr
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht artikel 249
1. Algemeen
De bescherming van afhankelijke personen tegen seksuele handelingen staat in dit delict centraal. Zie voor de verhouding tot art. 242: HR 2 december 2003, NJ 2004/78. In lid 1 gaat het om door hun leeftijd afhankelijke, minderjarigen, in lid 2 om functioneel afhankelijken, zoals patiënten. De Hoge Raad heeft voor lid 1 geëxpliciteerd dat het gaat om gevallen waarin de hoedanigheid van de dader ‘telkens een min of meer grote mate van afhankelijkheid ten opzichte van de dader meebrengt, terwijl de dader aan die hoedanigheid een zeker overwicht tegenover die minderjarigen kan ontlenen’. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.