FED 2020/118
Het niet beantwoorden van gestelde vragen levert een nieuw feit op bij gerechtvaardigd vermoeden van belastingfraude.
HR 03-07-2020, ECLI:NL:HR:2020:1180, m.nt. J.A. Smit
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juli 2020
- Magistraten
Mrs. Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
19/03998
- Noot
J.A. Smit
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS228633:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1180, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑07‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑07‑2020
- Wetingang
Art. 16 AWR
Essentie
Het niet beantwoorden van gestelde vragen levert een nieuw feit op bij gerechtvaardigd vermoeden van belastingfraude.
Samenvatting
Het niet beantwoorden van gestelde vragen levert een nieuw feit op ex art. 16, lid 1, AWR. Anders dan op basis van de ingediende aangiften redelijkerwijs mocht worden verwacht, volgt uit het niet beantwoorden van de – na het opleggen van de aanslagen – gestelde vragen het vermoeden dat belanghebbende niet in staat is om de in de aangiften opgenomen aftrekposten te onderbouwen. Hierin wordt tot uitdrukking gebracht dat het nieuwe feit erin is gelegen dat de belastingconsulent van belanghebbende op grote ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.