Einde inhoudsopgave
Circulaire wapens en munitie 2019
1.3.1 Verboden
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2020
- Bronpublicatie:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
In de wapenwetgeving zijn de diverse vormen van omgang met wapens en munitie in beginsel verboden. Zie bijvoorbeeld de artikelen 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste en vijfde lid, 27, eerste lid, en 31, eerste en vierde lid, WWM. De verboden hebben betrekking op de specifiek in de betreffende artikelen genoemde categorieën van wapens en munitie.
De volgende soorten handelingen kunnen worden onderscheiden:
- •
Het dragen, dat wil zeggen: het onverpakt bij zich hebben van een wapen op de openbare weg of ander voor het publiek toegankelijke plaatsen. Onder dragen wordt niet alleen het aan/op het lichaam dragen van een wapen bedoeld (bijvoorbeeld door middel van een holster), maar ook het onmiddellijk binnen bereik hebben van een wapen. Als bijvoorbeeld de bestuurder van een auto een wapen onverpakt in zijn afgesloten achterbak meevoert dan valt dit ook onder de definitie van ‘dragen’1.;
- •
Het voorhanden hebben, dat wil zeggen: op een bepaalde (privé)plaats over de wapens kunnen beschikken. Als bijvoorbeeld een vergunninghouder thuis een wapen in een kluis bewaart en hij zich vijftig kilometer van zijn huis bevindt, dan heeft hij dat wapen nog steeds voorhanden. Hij kan immers wanneer hij maar wil teruggaan naar zijn huis om het te pakken. Voorhanden hebben betekent dus niet dat men een wapen letterlijk binnen handbereik moet hebben;
- •
Het overdragen, dat wil zeggen: het aan een ander doen overgaan van de feitelijke macht. Hieronder valt zowel het doen toekomen (laten bezorgen) als het feitelijk ter hand stellen daarvan. Ook het tijdelijk afstaan van een wapen is volgens de memorie van toelichting overdragen in de zin van artikel 1 van de WWM. Niet elk tijdelijk afstaan wordt echter aangemerkt als ‘overdragen’. Zo zijn er in de regeling c.q. deze circulaire een aantal uitzonderingen opgenomen voor het schieten met (verenigings)vuurwapens en het schieten binnen het kader van de schietsportcentra. Zolang dit schieten gebeurt onder het directe toezicht van een daartoe bevoegd persoon is er geen sprake van ‘overdragen’ in de zin van de WWM;
- •
Het vervoeren, dat wil zeggen: het deugdelijk verpakt (bijvoorbeeld in een foedraal, tas of koffer) transporteren van wapens en munitie;
- •
Het doen binnenkomen en uitgaan, dat wil zeggen: het binnen het grondgebied van Nederland komen, respectievelijk het verlaten van het grondgebied van Nederland;
- •
Het doorvoeren, dat wil zeggen: binnenkomen gevolgd door uitgaan;
- •
Het vervaardigen, het transformeren, of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens.
Opgemerkt wordt dat sprake is van transformeren van vuurwapens indien een handeling wordt uitgevoerd waarbij de werking of de uitwerking van het wapen of de munitie wordt gewijzigd of de omvang van de onderdelen van wezenlijke aard worden gewijzigd. Daarbij kan het om zowel machinale als niet-machinale bewerking gaan. Het wisselen van onderdelen of het aanbrengen van optische hulpmiddelen valt niet onder het begrip transformeren.
Voetnoten
Zie het arrest van de Hoge Raad van 2 juni 1998, NJ 1998,678