AB 2016/364
Uit art. 3:2 Awb volgt dat bestuursorganen een onderzoeksplicht hebben om een appellant in de gelegenheid te stellen te specificeren van welke rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak de gestelde schade een gevolg is. In de omstandigheden van dit geval had de staatssecretaris zelf moeten onderzoeken of een rechtmatige taak- of bevoegdheidsuitoefening tot de door appellant en anderen gestelde overlast kan hebben geleid.
RvS 13-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:963, m.nt. M.K.G. Tjepkema
- Instantie
Raad van State
- Datum
13 april 2016
- Magistraten
Mrs. C.H.M. van Altena, N. Verheij, B.J. Schueler
- Zaaknummer
201504954/1/A2
- Noot
M.K.G. Tjepkema
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924557:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:963, Uitspraak, Raad van State, 13‑04‑2016
- Wetingang
Art. 1:3, 3:2, 4:126 Awb; art. 2 Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014
Essentie
Uit art. 3:2 Awb volgt dat bestuursorganen een onderzoeksplicht hebben om een appellant in de gelegenheid te stellen te specificeren van welke rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak de gestelde schade een gevolg is. In de omstandigheden van dit geval had de staatssecretaris zelf moeten onderzoeken of een rechtmatige taak- of bevoegdheidsuitoefening tot de door appellant en anderen gestelde overlast kan hebben geleid.
Samenvatting
In de brief van 22 januari 2013 is slechts in algemene zin melding gemaakt van overlast door vluchtbewegingen van AWACS-vliegtuigen die gebruik maken van de vliegbasis Teveren-Geilenkirchen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.