Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/2.2.2:2.2.2 De voorovereenkomst
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/2.2.2
2.2.2 De voorovereenkomst
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS304222:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Blei Weissmann, BI, aant. 14, p. 264-280.
Vgl. Van Brakel 1948, par. 387.
Vgl. HR 11 maart 1983, NJ 1983, 585 (Huurdersvereniging Koot/Koot) en HR 15 mei 1981, NJ 1982, 85 (Stuyvers' Beheer B.V/Eugster). Voor een geval waarin de verplichting tot (door) onderhandelen niet uit een reeds tot stand gekomen overeenkomst werd afgeleid: HR 22 november 1963, NJ 1964, 128 (Garage Kost/Pon's automobielhandel).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een voorovereenkomst verplichten partijen zich om, bijv. vóór een bepaalde datum, overeenstemming te bereiken over bepaalde, nader omschreven punten. De wil van partijen is daarmee gericht op het in de toekomst tot stand brengen van een meer omvattende overeenkomst. Hoewel dat in de praktijk wel vaak het geval zal zijn, is daarbij niet noodzakelijk dat al over één of meer punten van die meer omvattende overeenkomst (definitieve) overeenstemming bestaat. Bij een romp-overeenkomst is er, evenals bij een voorovereenkomst, ook sprake van een (rechtens afdwingbare) overeenkomst, maar de wil van partijen is bij de totstandkoming van een voorovereenkomst gericht op het sluiten van de nadere overeenkomst waarover zij nog moeten gaan onderhandelen. Bij de rompovereenkomst daarentegen bestaat al overeenstemming over vrijwel het gehele spectrum van de (definitieve) verbintenissen die partijen over en weer in het leven hebben willen roepen, waaronder tenminste die welke de kern van de prestatie onder de overeenkomst raken, zij het dat overigens aan ondergeschikte punten nog nadere invulling moet worden gegeven.
Wat de beide overeenkomsten (rompovereenkomst en voorovereenkomst) met elkaar gemeen hebben, is de verplichting om, overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid, met elkaar verder te onderhandelen met als doel om een rechtens "perfecte" overeenkomst te sluiten, waarin alle punten die partijen nog verdeeld houden of die nog niet aan de orde zijn geweest maar die wel onderdeel uitmaken van het geheel van verbintenissen dat partijen willen doen ontstaan, alsnog worden geregeld. In het geval van een voorovereenkomst vloeit deze verplichting rechtstreeks voort uit de partijafspraak die daaromtrent is gemaakt en daarmee uit de wil van partijen die op het in de toekomst sluiten van een rechtens "perfecte" overeenkomst was gericht.1 In het geval van de rompovereenkomst, waarbij dus al wilsovereenstemming bestaat over de overeenkomst over de totstandkoming waarvan werd onderhandeld, wordt aangenomen dat deze een pactum de contrahendo inhoudt met betrekking tot de nog te regelen punten, ofwel een in de reeds bereikte overeenstemming stilzwijgend belichaamde verplichting om naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te trachten in onderhandeling nog overeenstemming te bereiken over de nog openstaande punten.2 Van belang is in elk geval om te constateren dat in beide gevallen de verplichting tot dooronderhandelen primair een contractuele is (met als gevolg dat daarvan nakoming gevorderd kan worden of schadevergoeding kan worden gevorderd nu het aldus, minst genomen, een inspanningsverplichting betreft om naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te trachten aan de nog te regelen punten invullen te geven die niet wordt nagekomen), hetgeen overigens geenszins uitsluit, dat de weigering om door te onderhandelen onder omstandigheden tevens een onrechtmatige daad inhoudt.3