25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.6:61.6 Tot slot
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.6
61.6 Tot slot
Documentgegevens:
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitoefening van toezichtsbevoegdheden staat op gespannen voet met de vrije rechtssfeer van burgers. Die spanning tekent zich onder meer af bij de in deze bijdrage besproken medewerkingsplicht van artikel 5:20 Awb. De wetgever heeft enerzijds gekozen voor een ruim geformuleerde bevoegdheid door geen beperkingen aan te brengen in de soort medewerking die gevorderd kan worden of de kring van personen die verplicht is om medewerking te verlenen. Anderzijds kent de medewerkingsplicht allerhande begrenzingen, die overigens niet alleen voortvloeien uit de Awb, maar ook uit het EVRM. Ook bij het bieden van rechtsbescherming door de rechter zien we de spanning terug. Hoewel het feit dat de uitoefening van toezicht onrechtmatig is gebleken nog niet betekent dat het daaruit voortgekomen bewijsmateriaal per definitie moet worden uitgesloten, is de rechter streng gebleken als fundamentele rechten van burgers in het gedrang komen. Tot slot manifesteert de spanning tussen adequaat toezicht en de rechten van burgers zich bij uitstek op het gebied van de ontwikkeling en het gebruik van moderne toezichtinstrumenten. Met name op dat gebied bestaat naar onze mening behoefte aan bezinning over de vraag of de Awb-regeling nog voldoende houvast biedt. Een eventuele aanvulling van de toezichtstitel in de Awb zal in ieder geval opnieuw een balansoefening betekenen tussen het belang van adequaat toezicht en het beschermen van de belangen van burgers.