Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.5.12
11.4.5.12 Standaardvoorwaarde 9: deelnemingsverrekening
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491490:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onderdeel 11.3.8.
Het gaat hier dus over de onderneming zoals deze door de verkrijger onmiddellijk vóór het afsplitsingstijdstip werd gedreven. Onder een onderneming versta ik de aanwezige vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten. Indien meerdere verkrijgers deelnemen aan de afsplitsing, moet standaardvoorwaarde 9 per verkrijger worden toegepast.
Zie onderdeel 11.4.4.12. Het daar gesignaleerde probleempunt met betrekking tot de zogeheten derde limiet speelt ook bij de toepassing van de onderhavige standaardvoorwaarde.
Zie de onderdelen 11.3.8, 11.3.11.2, 11.3.11.5 en 11.4.5.2.
Standaardvoorwaarde 9 bepaalt het volgende:
“1. De overbrenging van deelnemingsverrekening van de verkrijgende rechtspersoon krachtens artikel 23c, zevende lid, Wet Vpb 1969, uit het jaar voorafgaande aan het afsplitsingstijdstip, bedraagt ten hoogste het volgens het volgende lid te bepalen bedrag.
2. Het in het eerste lid bedoelde bedrag is het bedrag van de zogenoemde tweede limiet van artikel 23c, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb1969, als deze limiet wordt berekend met de bedragen die zijn toe te rekenen aan de voor het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming.
3. De toerekening bedoeld in het tweede lid vindt plaats met overeenkomstige toepassing van de winstsplitsing van de voorwaarde 8.
4. Voor zover overbrenging op grond van deze voorwaarde is uitgesloten, wordt het met overeenkomstige toepassing van artikel 23c, zevende lid, Wet Vpb1969 overgebracht naar het volgende jaar en met inachtneming van deze voorwaarde in aanmerking genomen.”
Heeft een verkrijgende rechtspersoon een aanspraak op toepassing van de deelnemingsverrekening uit het jaar vóór het afsplitsingstijdstip, dan is fiscale facilitering uitsluitend mogelijk op verzoek.1 Standaardvoorwaarde 9 beoogt – kernachtig weergegeven – te bereiken dat deze aanspraak alleen kan worden benut binnen de sfeer van de oorspronkelijke onderneming van de verkrijger.2 Voor de wijze waarop dat gebeurt en de bijzonderheden die daarbij een rol spelen, verwijs ik naar mijn analyse van de vergelijkbare standaardvoorwaarde die wordt gekoppeld aan een fiscaal begeleide zuivere splitsing op verzoek.3 Ik wijs erop dat standaardvoorwaarde 9 géén betrekking heeft op een eventueel op het afsplitsingstijdstip aanwezige aanspraak op toepassing van de deelnemingsverrekening bij de afsplitsende rechtspersoon. Zo’n aanspraak blijft namelijk achter bij deze afsplitser.4