RvS, 10-10-2012, nr. 201205774/2/A3.
ECLI:NL:RVS:2012:BY8658
- Instantie
Raad van State
- Datum
10-10-2012
- Magistraten
Mr. C.H.M. van Altena
- Zaaknummer
201205774/2/A3.
- LJN
BY8658
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RVS:2012:BY8658, Uitspraak, Raad van State, 10‑10‑2012
Uitspraak 10‑10‑2012
Mr. C.H.M. van Altena
Partij(en)
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats], gemeente [gemeente],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 27 april 2012 in zaak nr. 11/735 in het geding tussen:
[appellante]
en
de raad van de gemeente Zederik.
Procesverloop
Bij besluit van 1 november 2010 heeft de raad de Algemene plaatselijke verordening 2008 van de gemeente Zederik gewijzigd vastgesteld (hierna: de APV).
Bij besluit van 11 april 2011 heeft de raad het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 27 april 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juni 2012, hoger beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Overwegingen
1.
Ingevolge artikel 1:3 van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.
Ingevolge artikel 8:2, onder a, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel.
Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken.
2.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de APV algemeen verbindende voorschriften bevat en dat ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:2, aanhef en onder a, van deze wet, hiertegen geen bezwaar kan worden gemaakt.
3.
[appellante] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een uitspraak heeft gedaan in het voordeel van de raad, terwijl de raad niet ter zitting was vertegenwoordigd en dus niet is gehoord. Voorts kan zij zich, kort weergegeven, niet verenigen met het bestreden besluit.
4.
De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de APV algemeen verbindende voorschriften bevat en hier ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:2, aanhef en onder a, van deze wet, geen bezwaar of beroep tegen open staat.
De rechtbank heeft gelet hierop met juistheid overwogen dat het college de bezwaren van [appellante] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Onder deze omstandigheden kon de rechtbank niet toekomen aan de behandeling van de inhoudelijke bezwaren van [appellante].
5.
Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.
w.g. Van Altena lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Sparreboom ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2012
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).
- —
Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- —
In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- —
Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet
Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,
mr. H.H.C. Visser