Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4.2.3:6.4.2.3 Tussenconclusie
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4.2.3
6.4.2.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183603:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf besprak ik de vraag onder welke omstandigheden een pool, die een inbreuk maakt op het kartelverbod, in aanmerking zal komen voor een vrijstelling van het kartelverbod op grond van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag of artikel 6 lid 3 van de Mededingingswet. Kort samengevat zal aangetoond moeten kunnen worden dat een pool voldoende efficiencyvoordelen met zich brengt, die niet alleen ten bate van de verzekeraars maar ook ten bate van de verzekeringnemers komen. Bovendien moeten de beperkingen van de mededinging niet verder gaan dan noodzakelijk is, en mag de mededinging niet voor een wezenlijk deel uitgeschakeld worden. In de praktijk zijn de marktaandeeldrempels van belang die voorheen werden gegeven in de groepsvrijstellingsverordening.
Op de volgende pagina heb ik een schematisch overzicht opgenomen voor de toetsing van pools aan het kartelverbod, waarin de stappen die ik in deze paragraaf besprak (voor het grootste gedeelte) zijn verwerkt. Ik teken daarbij aan dat dit schema slechts een hulpmiddel is voor toetsing van pools aan het kartelverbod en dat het uiteraard niet uitputtend is bedoeld. Ik licht het schema kort toe.
De eerste stap in het toetsingsschema is de vraag of het risico verzekerd had kunnen worden zonder de pool. Daarmee wordt getoetst op de noodzakelijkheid van een pool. Een pool die noodzakelijk is om risico’s te verzekeren, valt in het algemeen buiten het kartelverbod (zie par. 6.4.1.2.2). Wanneer een pool niet per se noodzakelijk is om een risico verzekerbaar te maken, kom je toe aan de tweede stap in het schema, waarbij de vraag wordt gesteld wie de pool heeft gevormd. Voorzover het gaat om verzekeraarspools, waarbij dus sprake is van horizontale samenwerking tussen directe concurrenten, wordt in het schema aangesloten bij de marktaandeeldrempels die zijn af te leiden uit de GVO 267/2010 en de Horizontale Richtsnoeren. Wanneer de samenwerking is georganiseerd door het intermediair is van belang of een standaardrisico in de pool wordt ondergebracht. Ook hier zal het marktaandeel van de pool berekend moeten worden, waarbij een pool met een marktaandeel onder de vijf procent in het algemeen geen beperking van de mededinging oplevert. Intermediaire pools met een marktaandeel dat groter is dan vijf procent zullen conform het Protocol voor Intermediaire Pools een self assessment moeten uitvoeren, waarbij het maximale marktaandeel niet groter mag zijn dan 20% op de relevante markt.
Schema 6.1