JAR 2015/115
Verstandelijk gehandicapte die werkzaam is in een CAT aangemerkt als “werknemer” in de zin van Unierecht. De werkzaamheden van Fenoll hadden, hoewel zij waren aangepast aan zijn bekwaamheden, ook een zeker economisch nut. In die omstandigheden moet het begrip “Werknemer” als bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2003/88 en artikel 31, lid 2, van het Handvest aldus worden uitgelegd dat het ook betrekking kan hebben op een persoon die wordt opgevangen in een CAT als dat in het hoofdgeding.
HvJ EU 26-03-2015, ECLI:EU:C:2015:200 (Fenoll)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
26 maart 2015
- Magistraten
Mrs. A. Tizzano, A. Borg Barthet, E. Levits, M. Berger, F. Biltgen
- Zaaknummer
C-316/13
- Roepnaam
Fenoll
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2015:200, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 26‑03‑2015
- Wetingang
Art. 7 Richtlijn 2003/88/EG; art. 31 lid 2 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Essentie
Fenoll was van 1 februari 1996 tot 20 juni 2005 cliënt van het CAT, een centrum voor arbeidstherapie voor verstandelijk gehandicapten. Vanaf 16 oktober 2004 tot het moment waarop hij het CAT verliet, was Fenoll met ziekteverlof. Bij aanvang van deze periode van arbeidsongeschiktheid had hij nog een saldo van twaalf verlofdagen tegoed. Voorts heeft Fenoll geen vakantie kunnen genieten van 1 juni 2004 tot en met 31 mei 2005. Deze verworven en niet-opgenomen rechten op vakantie gaven volgens Fenoll recht op betaling van een financiële vergoeding van € 945. Het CAT heeft geweigerd deze vergoeding te betalen. Nadat zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.