T&C Openbare orde en veiligheid, commentaar op art. 20 Ambtsinstructie politie:Veiligheidsfouillering
T&C Openbare orde en veiligheid, commentaar op art. 20 Ambtsinstructie politie
Veiligheidsfouillering
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
M. van der Steeg, actueel t/m 07-10-2025
Actueel t/m
07-10-2025
Tijdvak
01-01-2013 tot: 01-07-2018
Auteur
M. van der Steeg
Vindplaats
T&C Openbare orde en veiligheid, commentaar op art. 20 Ambtsinstructie politie
De politieambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid, die van de ambtenaar zelf of van derden en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar (art. 7 lid 3 Politiewet 2012). Deze ‘personen’ hoeven dus geen verdachten te zijn. De Hoge Raad stelt aan het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Openbare orde en veiligheid, commentaar op art. 20 Ambtsinstructie politie
Veiligheidsfouillering
M. van der Steeg, actueel t/m 07-10-2025
07-10-2025
01-01-2013 tot: 01-07-2018
M. van der Steeg
T&C Openbare orde en veiligheid, commentaar op art. 20 Ambtsinstructie politie
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
Politierecht / Bevoegdheden
Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren artikel 20
Betekenis
a. Veiligheidsfouillering (lid 1)
De politieambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid, die van de ambtenaar zelf of van derden en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar (art. 7 lid 3 Politiewet 2012). Deze ‘personen’ hoeven dus geen verdachten te zijn. De Hoge Raad stelt aan het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.