AB 2020/179
Verbod ‘Straatintimidatie’ in APV onverbindend.
Hof Den Haag 19-12-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3293, m.nt. J.G. Brouwer en A.E. Schilder
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
19 december 2019
- Magistraten
Mrs. A.E. Mos-Verstraten, T.J. Sleeswijk Visser-de Boer, F.P. Geelhoed
- Zaaknummer
22-005096-18
- Noot
J.G. Brouwer en A.E. Schilder
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS195762:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bijzonder strafrecht / Openbare orde
Staatsrecht / Grondrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2019:3293, Uitspraak, Hof Den Haag, 19‑12‑2019
- Wetingang
Art. 2:1a APV Rotterdam
Essentie
Verbod ‘Straatintimidatie’ in APV onverbindend.
Samenvatting
Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad (zoals HR 10 november 1992 ECLI:NL:HR:1992:ZC9136, NJ 1993/197 en HR 9 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9229, NJ 1993/646) komt het hof tot het oordeel dat art. 2:1a APV Rotterdam in zijn geheel in strijd is met art. 7, lid 3, GW.
In lijn met die jurisprudentie overweegt het hof dat, wat er zij van beperkingen die de gemeentelijke wetgever kan voorschrijven die niet de inhoud van de in art. 7 GW bedoelde gedachten of gevoelens betreffen, het grondrecht van art. 7, lid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.