NJB 2019/699
Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging. Hoge Raad: 1. Beslissing tot opneming. De aanduiding van het psychiatrisch ziekenhuis dat bereid is de betrokkene zo nodig op te nemen dient zo concreet te zijn dat duidelijk is welke geneesheer-directeur de verantwoordelijkheid zal dragen. 2. Second opinion. Het oordeel van de rechtbank dat er geen aanleiding bestond de uitkomst van het second opinion-onderzoek af te wachten, behoefde nadere motivering
HR 22-03-2019, ECLI:NL:HR:2019:395
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
22 maart 2019
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.M.J. van Buchem-Spapens, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
18/04741
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:395, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 22‑03‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:28, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑01‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑11‑2018
- Wetingang
(art. 14a lid 5, art. 14d lid 1 Wet Bopz)
Essentie
Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging. Hoge Raad: 1. Beslissing tot opneming. De aanduiding van het psychiatrisch ziekenhuis dat bereid is de betrokkene zo nodig op te nemen dient zo concreet te zijn dat duidelijk is welke geneesheer-directeur de verantwoordelijkheid zal dragen. 2. Second opinion. Het oordeel van de rechtbank dat er geen aanleiding bestond de uitkomst van het second opinion-onderzoek af te wachten, behoefde nadere motivering
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. C. Reijntjes-Wendenburg, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank een voorwaardelijke machtiging verleend.
Hoge Raad
Onderdeel II klaagt dat de rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.