NJB 2017/480:Faillissement. Huur. Leegstandsschade. Ongerechtvaardigde verrijking. Een huurder gaat failliet. De verhuurder trekt een bankgarantie. De bank verrekent haar vordering uit hoofde van de contragarantie met een creditsaldo van de failliet. Hoge Raad: Indien een derde de nakoming van de verplichting tot vergoeding van leegstandsschade heeft gegarandeerd, brengen het faillissement van de huurder en een opzegging van de huurovereenkomst op de voet van art. 39 Fw geen verandering in de verplichtingen uit die garantie, tenzij anders is bedongen. De uit de contragarantie voortvloeiende regresvordering kan niet worden uitgeoefend jegens de failliete boedel. Indien de verhuurder gerechtigd was de leegstandschade onder de bankgarantie te claimen, brengt de omstandigheid dat de bank verhaal heeft genomen op de boedel en dat de curator zich hiertegen niet heeft verzet, niet mee dat de verhuurder ongerechtvaardigd is verrijkt