Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/3.4.4.1
3.4.4.1 Aandelen in naamloze en besloten vennootschappen
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS479299:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de art. 2:64 lid 1 en 2:79 lid 1 BW (naamloze vennootschap), alsmede de art. 2:175 lid 1 en 2:190 BW (besloten vennootschap). Zie ook Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/192.
HR 2 december 1994, NJ 1995/288, m.nt. J.M.M. Maeijer (Poot/ABP). Zo ook Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/202.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/44 en 190; en Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013/32. Ontbreekt zowel het stemrecht als een aanspraak op winst of reserves, dan is geen sprake van een aandeel (art. 2:190 BW). Zie hierover ook Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/191.
Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/193.
Art. 2:64/175 lid 2 BW.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/39, 40 en 42.
Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/267.
Art. 2:86/196 BW.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/267, 276 en 279; en Van Schilfgaarde/Winter &Wezeman 2013/30. De afgifte van het toonderbewijs wordt hier overigens niettemin als onderdeel van de plaatsing aangemerkt.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/236 en 267; en Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013/30. Zie voor het uitgiftebesluit art. 2:96/206 BW.
Vgl. art. 2:309 en 2:334a BW.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/41.
Art. 2:318 lid 1 BW en 2:334n lid 1 BW.
Art. 2:72/183 lid 3 BW.
Vgl. MvT, Kamerstukken II 1982/83, 17 725, nr. 3, p. 64; en Nota II, Kamerstukken II 1982/83, 17 725, nr. 13, p. 10.
Zie hierover Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/194.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/194; en Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013/30.
Vgl. MvT, Kamerstukken II 1978/79, 15 304, nr. 3, p. 30 (ten aanzien van art. 2:96 lid 5 BW).
Vgl. Prinsen 2002, p. 96-100 en 103-106 (over converteerbare obligaties).
Zie hierover Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/193.
Vgl. Asser/Nieuwe Weme & Van Solinge 2-II* 2009/193; en Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013/30.
125. Naamloze en besloten vennootschappen zijn rechtspersonen wier kapitaal bij de statuten is verdeeld in (één of meer) aandelen.1 Een aandeel in een naamloze of besloten vennootschap vormt een door de gerechtigde (aandeelhouder) jegens de vennootschap uit te oefenen vermogensrecht.2 De aandeelhouder is daarmee niet slechts gerechtigd tot een goed, maar komt tevens in een door het rechtspersonenrecht beheerste rechtsverhouding te staan tot de vennootschap. Uit het aandeelhouderschap vloeien enkele vermogensrechtelijke rechten voort, zoals het recht op dividend en een liquidatieoverschot, en rechtspersoonlijke zeggenschapsrechten, zoals vergader- en stemrechten.3
Het ontstaan van aandelen in naamloze en besloten vennootschappen is een kwestie van rechtspersonenrecht. Een aandeel ontstaat door oprichting van de naamloze of besloten vennootschap, door uitgifte, dan wel door fusie, splitsing of omzetting van de vennootschap.4 De aandelen kunnen uiteraard niet eerder bestaan dan de vennootschap zelf. Een naamloze of besloten vennootschap ontstaat door oprichting. Deze oprichting geschiedt door middel van een notariële akte, die wordt ondertekend door de oprichters en door degenen die een of meer aandelen nemen.5 Met de vennootschap ontstaan de aandelen in haar kapitaal. In de oprichtingshandeling wordt tevens geacht de toetreding van de aandeelhouders tot de vennootschap besloten te liggen. Door en met de oprichting van de vennootschap en de toetreding van de eerste aandeelhouders worden de aandelen door hen verkregen.6
Aandelen kunnen ook gedurende het bestaan van de vennootschap ontstaan. Na de oprichting kunnen nieuwe aandelen worden gecreëerd door middel van uitgifte, ook emissie of plaatsing genoemd. De uitgifte van een aandeel geschiedt door een meerzijdige rechtshandeling tussen de vennootschap en de nemer van het aandeel. Het aandeel ontstaat met deze plaatsing.7 Deze uitgifte van aandelen op naam vereist een daartoe bestemde notariële akte waarbij de vennootschap en de nemers van de aandelen partij zijn.8 Dit ligt anders indien het de uitgifte betreft van aandelen op naam in een naamloze “beursvennootschap”, zoals bedoeld in art. 2:86c BW, of de uitgifte van aandelen aan toonder in een naamloze vennootschap. Het wordt aangenomen dat de plaatsing van deze aandelen vormvrij kan geschieden.9 De uitgifte van nieuwe aandelen moet overigens worden onderscheiden van het uitgiftebesluit door het bevoegde vennootschapsorgaan.10
Bij juridische fusie of splitsing van naamloze of besloten vennootschappen bestaan vergelijkbare mogelijkheden. Fusie of splitsing leidt mede ertoe dat de aandeelhouders van de verdwijnende respectievelijk splitsende vennootschap in beginsel aandeelhouders worden van de verkrijgende vennootschap.11 Indien de verkrijgende vennootschap reeds was opgericht, is de toekenning van aandelen aan deze nieuwe aandeelhouders te vergelijken met de uitgifte van nieuwe aandelen. De fusie of splitsing kan echter gepaard gaan met de oprichting van een nieuwe rechtspersoon.12 In dit geval ligt de oprichtingshandeling, en daarmee de toetreding van de aandeelhouders, in de rechtshandeling van fusie of splitsing besloten.13 De fusie of splitsing geschiedt door middel van een notariële akte en heeft werking vanaf de dag volgend op haar verlijden.14 Aldus ontstaan de nieuwe aandelen met ingang van de dag volgend op het verlijden van de akte van fusie of splitsing. Ook bij de omzetting van een rechtspersoon in een naamloze of besloten vennootschap kunnen nieuwe aandelen ontstaan. Nieuwe aandelen ontstaan in ieder geval wanneer de oorspronkelijke rechtspersoon geen kapitaalvennootschap was. Door de omzetting ontstaan nieuwe aandelen die, in het geval van de omzetting van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, van rechtswege zullen toekomen aan de voormalige leden.15
126. In andere dan de hiervoor genoemde gevallen is niet steeds duidelijk of nieuwe aandelen ontstaan. Hierbij kan worden gedacht aan de omzetting van een naamloze naar besloten vennootschap of omgekeerd en aan de conversie of splitsing van aandelen.
Indien een naamloze vennootschap wordt omgezet in een besloten vennootschap en in het omgekeerde geval dat een besloten vennootschap wordt omgezet in een naamloze vennootschap, is niet duidelijk of dat door de omzetting nieuwe aandelen ontstaan. Reeds voor de omzetting had de vennootschap een in aandelen verdeeld kapitaal en ook na de omzetting is dat het geval. De vraag is of de aandelen in de omgezette vennootschap nog dezelfde of nieuwe aandelen zijn. In ieder geval kan niet worden gezegd dat door de omzetting een nieuwe vennootschap ontstaat. Uit art. 2:18 lid 8 BW volgt uitdrukkelijk dat de rechtspersoon bij omzetting blijft voortbestaan. Aldus is de omzetting niet te beschouwen als een ontbinding van de rechtspersoon gevolgd door de oprichting van een nieuwe rechtspersoon. Slechts haar rechtsvorm wordt gewijzigd. Het behoud van de identiteit en de zelfstandigheid van de vennootschap staan hierbij voorop.16 De omzetting wordt dan ook wel gekenschetst als een ingrijpende statutenwijziging. Behoudens de wijziging van de rechtsvorm van de rechtspersoon, blijft alles zoveel mogelijk bij het oude. Hierop gelet, ligt het in de rede om aan te nemen dat niet alleen de rechtspersoon, maar ook de aandelen de omzetting “overleven”. De aandelen bestaan aldus voort, eventueel met een wijziging van de aan het aandeel verbonden rechten.
Een vergelijkbare situatie speelt bij de conversie van bestaande aandelen. Onder conversie wordt begrepen het geval dat een aandeel van de ene soort wordt omgezet in een aandeel van een andere soort. De conversie kan plaatsvinden krachtens wijziging van de statuten of, mits de statuten daartoe de ruimte scheppen, door een besluit van het daartoe bevoegde vennootschapsorgaan.17 De heersende opvatting is dat bij deze figuur geen sprake is van het intrekken van de oorspronkelijke aandelen gevolgd door de uitgifte van nieuwe.18 Het belang hiervan is vooral gelegen in de omstandigheid dat de conversie in dat geval mogelijk is zonder een nieuw emissiebesluit. De geconverteerde aandelen blijven in stand als kapitaaldeelneming. Er worden slechts wijzigingen aangebracht in de rechten die aan het aandeel zijn verbonden. Het ligt daarom in de rede om – ook vanuit een goederenrechtelijk perspectief – aan te nemen dat door de conversie geen nieuwe aandelen ontstaan.
De omzetting van rechtspersonen en de conversie van aandelen moet overigens worden onderscheiden van de conversie van converteerbare obligaties in aandelen van een vennootschap en van de uitoefening van andersoortige rechten tot het nemen van aandelen zoals bepaalde optierechten, ook warrants genoemd, om aandelen te verkrijgen tegen bepaalde voorwaarden. Dergelijke rechten geven slechts een aanspraak op de verschaffing van een aandeel in een bepaalde kapitaalvennootschap. De verlener van deze rechten verbindt zich tot het te zijner tijd verschaffen van aandelen.19 Daarbij kan het gaan om de verschaffing van reeds bestaande aandelen, maar ook van nieuwe aandelen in de vennootschap. Bij bestaande aandelen zal de houder van het recht door overdracht de aandelen kunnen verkrijgen. Bij nieuwe aandelen zal sprake zijn van een uitgifte van nieuwe aandelen aan de houder van het recht.20
Een laatste voorbeeld van een geval waarbij niet geheel duidelijk is of nieuwe aandelen ontstaan is de splitsing van een aandeel. Onder een dergelijke splitsing wordt verstaan het geval dat de nominale waarde van de aandelen door statutenwijziging wordt verlaagd, terwijl de kapitaaldeelneming in stand blijft.21 Bijvoorbeeld, één aandeel met een nominale waarde van € 10 wordt gesplitst in tien aandelen met een nominale waarde van € 1. Evenals bij de conversie van aandelen is de heersende opvatting dat bij deze figuur geen sprake is van het intrekken van de oorspronkelijke aandelen gevolgd door de uitgifte van nieuwe.22 Het belang hiervan is wederom vooral gelegen in de omstandigheid dat de conversie in dat geval mogelijk is zonder een nieuw emissiebesluit. Evenals bij conversie blijft het totaal geplaatste kapitaal bij splitsing gelijk. Echter, anders dan bij conversie neemt door de splitsing de hoeveelheid geplaatste en zelfstandig verhandelbare aandelen toe. Daargelaten of het hier een uitgifte betreft, valt in dit licht moeilijk vol te houden dat bij splitsing geen nieuwe aandelen ontstaan. Bij het voorbeeld van het aandeel dat wordt gesplitst in tien aandelen, ontstaan ten minste negen nieuwe aandelen.