NJ 2024/185
Nu bij samenloop van feiten op te leggen taakstraf de duur van 240 uren mag overschrijden, mag de vervangende hechtenis langer zijn dan vier maanden.
HR 09-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:566, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/00938
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS963785:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:566, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:405, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
Nu de wettelijke regeling geen beperking bevat en ook anderszins een voldoende concreet aanknopingspunt daartoe ontbreekt, moet worden aangenomen dat in gevallen waarin de bij samenloop van feiten op te leggen taakstraf de duur van 240 uren mag overschrijden, de vervangende hechtenis de in art. 22d lid 3 Sr genoemde duur van vier maanden mag overschrijden.
Samenvatting
De samenloopregeling kent geen beperkingen voor de cumulatie van taakstraffen, terwijl ook titel II (‘Straffen’) van Boek 1 van het Wetboek van Strafrecht geen regels bevat over de maximaal op te leggen taakstraf in geval van meerdaadse ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.