JONDR 2019/1299
HR volgt P-G in conclusie over verpandbaarheid vorderingen ondanks 'non assignment clause' en verwerpt cassatieberoep ex art. 81 RO
HR 04-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1528
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
4 oktober 2019
- Zaaknummer
18/03005
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verzekeringsrecht / Europees verzekeringsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1528, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 04‑10‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:552, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑05‑2019
Essentie
Goederenrecht. Faillissementsrecht. Ongerechtvaardigde verrijking. Verpande vorderingen uit verzekeringsovereenkomst. Rechtskeuze Engels recht en niet-overdraagbaarheidsbeding naar Engels recht. Schadeuitkering en terugbetaling teveel betaalde premies.
Samenvatting
In deze zaak staat de vraag centraal of vorderingen uit verzekeringsovereenkomsten die krachtens rechtskeuze worden beheerst door Engels recht, zijn verpand. Meer concreet rijst de vraag of naar Engels recht een ‘non assignment clause’ in de weg staat aan de verpanding van die vorderingen. De curator van een exploitatie- en beheersmaatschappij van scheeps-C.V.’s meent namelijk dat hij recht heeft op vorderingen uit de verzekeringsovereenkomsten die ten aanzien van de C.V.s zijn gesloten. De bank is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.