NJB 2024/2033:Curaçao. Bestuurdersaansprakelijkheid. Schadevergoeding. Matiging. In 2011-2013 geeft een stichting die ziektekostenvoorzieningen verstrekt aan on- en minvermogenden en overheidspersoneel, veel geld uit aan andere zaken. Na 2013 houdt de stichting (met een nieuw bestuur) twee bestuurders uit de periode 2011-2013 aansprakelijk. Het hof matigt hun schadevergoedingsverplichting zonder de omvang van de volledige schadevergoeding vast te stellen. Hoge Raad: 1. Motivering. In het licht van de door het hof vermelde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, was het hof niet tot nadere motivering gehouden. Het hof behoefde niet met zoveel woorden in te gaan op de stellingen van de stichting over de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het handelen en de ernst van de schade. 2. Matiging zonder vaststelling van de omvang van de volledige schadevergoeding. In de regel zal de matiging van een verplichting tot schadevergoeding aan de orde komen nadat de omvang van de volledige schadevergoeding is vastgesteld. In voorkomend geval kan de rechter een andere benadering volgen. Het oordeel van het hof impliceert dat toekenning van volledige schadevergoeding (voor zover hoger dan het toegekende bedrag) tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, ongeacht de precieze hoogte van die schade. De wettelijke bepaling over matiging staat aan deze benadering niet in de weg. Het hof heeft zijn oordeel toereikend gemotiveerd.