BR 2012/160
Verkrijgende verjaring van grond; inbezitneming van een onroerende zaak naar verkeersopvatting.
Rb. Amsterdam 14-12-2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1513, m.nt. C.N.J. Kortmann en R.E.N. Harte
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
14 december 2011
- Magistraten
Mr. A.B.M. Wijnveldt
- Zaaknummer
479761 / HA ZA 11-120
- Noot
C.N.J. Kortmann en R.E.N. Harte
- LJN
BV1513
- JCDI
JCDI:ADS912501:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1513, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 14‑12‑2011
- Wetingang
Essentie
Verkrijgende verjaring van grond; inbezitneming van een onroerende zaak naar verkeersopvatting.
Samenvatting
Art. 3:105 lid 1 BW bepaalt dat degene die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, dat goed verkrijgt, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. De verjaringstermijn van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van bezit bedraagt twintig jaar (art. 3:306 BW). De verjaringstermijn begint te lopen op het moment dat een niet-rechthebbende bezitter is geworden (art. 3:314 lid 2 BW). Bezit is het houden van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.