Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/2.3.3
2.3.3 Richtlijnen van de Raad voor de jaarverslaggeving
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649070:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een kritische beschouwing van deze norm die afwijkt van wat de EG-Richtlijnen voorschrijven Asser/Maeijer/Kroeze (2-I*) 2015, nr. 515: “De wetgever vindt deze formulering kennelijk zo mooi dat hij deze nationaalrechtelijke norm wenste te handhaven zonder voldoende oog te hebben voor het gegeven dat de jaarrekeningrichtlijnen van de EU (EEG, EG) tot doel hebben tot geharmoniseerde verslaggeving te komen.”
De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft als doel de kwaliteit van de externe verslaggeving van organisaties en bedrijven in Nederland te bevorderen. Dit wordt gerealiseerd door het publiceren van ‘Richtlijnen voor de jaarverslaggeving’ en RJ-Uitingen. Daarnaast brengt de RJ gevraagd en ongevraagd advies uit aan de overheid en andere regelgevende instanties, zoals de International Accounting Standard Board en de European Financial Reporting Advisory Group. Het uitvoerend orgaan van de Stichting is de Raad voor de Jaarverslaggeving. (www.rjnet.nl/).
Zie de verschillende bundels uitgegeven door de Raad voor de jaarverslaggeving. De bundels Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor grote en middelgrote rechtspersonen (RJ-bundel) en Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk-bundel) worden jaarlijks in september gepubliceerd door Kluwer. Zie www.rjnet.nl/Publicaties/Richtlijnen/.
Zie over de betekenis van de RJ-richtlijnen ook de discussie tussen Beckman en Hoogendoorn in: Beckman & Van Geffen 2013, p. 505-506 en Hoogendoorn 2006, p. 225-236.
HR 10 februari 2006, NJ 2006/241.
HR 10 februari 2006, NJ 2006/241, r.o. 5.5.
Hof Amsterdam (OK) 20 november 2003, JOR 2004/10, r.o. 3.8.
Zie naast de in de vorige voetnoten vermelde jurisprudentie voorts: Hof Amsterdam (OK) 7 november 2002, r.o. 3.32, Hof Amsterdam (OK) 24 juni 2004, JOR 2004/272, r.o. 3.5; Hof Amsterdam (OK) 12 oktober 2006, JOR 2007/12, r.o. 3.8 en Hof Amsterdam (OK) 2 augustus 2007, JOR 2007/269, r.o. 3.13.
Zie voor kritische opmerkingen hierover: Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015, nr. 515, onderdeel e.
Zoals even hiervoor al viel te lezen, bepaalt artikel 2:362 BW:
“De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon.”1
Dit is vrij abstract. De Raad voor de Jaarverslaggeving2 heeft richtlijnen opgesteld die het bestuur van een rechtspersoon een handreiking bieden bij de invulling van deze enigszins vage normen.3 De vraag is of de RJ-richtlijnen slechts een handreiking zijn. De RJ-richtlijnen zijn niet gebaseerd op titel 2.9 BW. De richtlijnen zijn uitgevaardigd door een particuliere organisatie en zijn in beginsel niet bindend.4 Maar de Hoge Raad heeft in het arrest KPN/SOBI5 aangegeven dat de RJ-richtlijnen
“een belangrijk oriëntatiepunt en gezaghebbende kernbron (kunnen) vormen voor wat in het concrete geval als aanvaardbaar heeft te gelden”.6
Ook de Ondernemingskamer neemt de RJ-richtlijnen klaarblijkelijk als uitgangspunt om de open en flexibele normen van de wetgever nader in te vullen:
“Voor de uitleg van deze wettelijke bepalingen zijn van belang – als gezaghebbende kenbronnen van de in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar te beschouwen normen – de “Richtlijnen voor de jaarverslaggeving” (...) dient van geval tot geval te worden bezien of en in hoeverre voor de toepassing van de (...) wettelijke bepalingen gewicht dient te worden toegekend aan enige bepaling uit de Richtlijnen.”7
Er zijn meerdere uitspraken te vinden waarin naar de RJ-richtlijnen wordt verwezen.8 Daarmee zijn de RJ-richtlijnen, hoewel afkomstig van een particuliere organisatie, van (juridische) betekenis voor de inrichting van jaarrekeningen van Nederlandse rechtspersonen.9